HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 79

JPEG (Deze pagina), 1.06 MB

TIFF (Deze pagina), 6.59 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

__ · ` v ’ _ J ` K , _' _ l _ , , ·
77
l ` De Voorzitter: Ik verzoek, dat de leden den_spreker niet `
9;* interrumpeeren, en dat deze met zijne rede voortga.
= Troelstra: Gaarne, Mijnheer de Voorzitter! doch de heeren
·; doen alle moeite om mij van de wijs te brengen.
" Het zal mij aangenaam zijn mij naar uw wensch te gedragen,
maar ik vraag daarvoor de medewerking van de Kamer door mij
­ 11iet met allerlei interruptiën in de rede te vallen, waarvan men,
· als ik ze niet beantwoord, zal zeggen, dat ik ze niet beantwoorden
* kon, zooals het geval is geweest met de interruptie van den heer
Van Karnebeek .....
, I De Voorzitter: Ik verzoek den spreker niet over de interrup­
*5 ` tiën uit te wijden maar met zi‘ne` rede voort te gaan en bij het .
ti t bl" ’ J
on erwerp e ijven.
, Troelstra: Welaan dan, Mijnheer de Voorzitter, ik heb be-
; ‘ doeld te kenschetsen de groep, de kliek als men wil, die de grootste
macht in Indië en in Nederland in handen heeft, te kenschetsen
het karakter van de Regeering zoowel in Nederland als buiten
Nederland, het kapitalistisch karakter van de Regeering, der be-
zittende klasse. Dat is het doel geweest van de woorden, ten op-
zichte van dezen Minister door mij gebezigd. Wilt gij dit ver-
dachtmaking noemen, het staat u vrij; ik noem het constateeren
en geen verdaehtmaken. De personen die tot die klasse behooren,
laat 1k geheel buiten bespreking; ik geef alleen het karakter aan,
dat door de klasse, die in hen aan het roer is aan ons Staats-
bestuur wordt gegeven 611 waartegen wij met al,de kracht die in
ons is zullen optreden.
Wat mijne opmerkingen omtrent de belangen, waarbij de Oost-
kust van Sumatra en Atjeh betrokken zijn aangaat zoo heeft de
Minister volmondig toegestemd al hetgeen ik veronderstellender ‘
wijze had gevraagd.
Ik heb gevraagd: hebben de kapitalisten op Deli en in andere
streken belang bij den Atjeh­oorlog, hebben de concessionarissen
1 in Tamiang en Perlak er eveneens belang bij?
· ,,·' J ` « De Minister heeft dit volmondig toegegeven, ook al heeft hij
_ ~ getracht, mij met mij zelven in tegenspraak te brengen, wat hem
volstrekt niet is gelukt.
;· 4 De Minister heeft nl. erkend dat al die ontginners en concessie-
· iäarissendsnakkeái näaäb het eindle van deäi Atjeh orgrltïägiä omdat zij
en vre e noo ig e en voor unne in us rie. ro en wij ons
echter uit Atjeh terug. dan zouden, volgens den Minister, de
, ä Atjehers vallen in ons gebied aan Oost- en Westkust en zoude de
·* industrie daar benadeeld worden. Daarin ligt dus opgesloten, dat
, niet elk einde van een oorlog door de industrieelen wordt verlangd.
' ï Deze laatsten nemen alléén genoegen met eene beëindiging daarvan,
` , die hun waarborgt de vestiging onzer macht op Atjeh "
xl Sprekend over dat onderwerp heeft de Minister_ gezegd; trekken
Wij ons uit Atjeh terug, dan zullen wij worden lastig gevallen
door de Atjehers. Doch mag dat eene reden zijn, om onzen oorlog
- 3,,5*