HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 60

JPEG (Deze pagina), 1.09 MB

TIFF (Deze pagina), 6.41 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

ifjïgi"..`Q.§ï;ï;;lLi;;;;i;I.ïiI;2§;;,.;‘;1‘sïïïïï.?.;.ï.ï..T;tt.t,.....1;‘* ‘’?‘ ï , ·«·»; ;»··· » . ; .. ; . .
if .«.-...... · te i ~. ­ ­ .-. _,_,< __, - ,..- ~ _ ~­ . . ­ .. ..,. .`l ... . . - .., t . ,..n ...» .-.·. »,... V
. ’ _ V ` _ _ _- A ‘>»‘ ,_ ­ _
M ‘ ` .
tit; . I
Ki . ee
{li konden zijn, die benden heeft verjaagd en van de laatste den
aanvoerder heeft gedood.
« De eischen door den heer Bahlmann gesteld betreffende het ge-
vangennemen van Toekoe Oemar en het sluiten van eene overeen- i
;§ komst met den sultan, vormen geen noodzakelijke onderdeelen van ‘
;· het program der Regeering. Ik zal met den geachten afgevaardigde
;;· niet twisten over de beteekenis van het sultanaat in Atjeh ~ hij {
kan die nagaan o. a. in het werk van dr. Snonck Hurgronje - A
maar dit staat vast, dat men om tot elkander te komen, van een tl
5;;; van beide of van beide zijden moet naderen. Van de zijde van den j
äji sultan is zoodanige toenadering tot nog toe niet geschied en her- S
'V • • •• • • `
haling van de onderhandelingen met den sultan onzerzijds ligt niet ‘t _
in de bedoeling. `
gg VVanneer zal de oorlog ten einde zijn? Mijnheer de Voorzitter!
De Atjehsohe zaak kunnen wij vergelijken met een chronischen
zieke. Die zieke heeft verleden jaar een hevige crisis doorge- , .
il; maakt; ten gevolge van die crisis is naar de doctoren, die op
lj! l1et oogenblik aan de sponde van den zieke staan, een begin van
verbetering ontstaan; zij meenen dat door toepassing van de ge-
neesmiddelen, die volgens hen voor de hand liggen, de zieke kan A
tl worden gebracht tot een betere gezondheid dan hij tijden te voren
heeft genoten. Nu staan wij hier te delibereeren over dien zieke
Q; en wanneer wij nu ten aanhoore van den kranke - want gij
l kunt er op aan, dat veel van wat hier gesproken wordt den Atjeher
ter oore komt - hier zeggen; och, hij wordt toch niet beter, hij
ï; gaat dood, al wat gij hem voorschrijft helpt niet, laat hem maar
i l aan zijn lot over, meent men dan dat dit de.genezing bevorderen zal?
E WVij hebben wel eens gehoord van suggestie; gelooft men dat
, deze suggestie een goeden invloed zal hebben? ik niet. Het is
; natuurlijk zeer moeilijk om te zeggen, wanneer dit ziekte­proces
A zal zijn afgeloopen. Het staat, het spreekt van zelf, aan een
ik t ieder vrij - en ik zal de laatste zijn om op die vrijheid inbreuk
te maken - om ten aanzien van de thans gevolgde gedtagslijn
te zeggen, wat hij wil, maar men bedenke alweder wel: wat hier ` ‘;
ä, gezegd wordt, wordt daarginds gehoord en dat het antwoord op ' . l .
ft Y de vraag, wanneer de oorlog ten einde zal zijn, voor een goed
* deel ook afhangt van dien factor.
, ’ Men spreekt hier van den oorlog uitmaken, van vrede sluiten,
i zelfs van een schandelijken vrede. lk geloof dat noch van het ·` ·
t eene noch van het andere ooit sprake zal kunnen zijn. Er wordt
‘ ‘ geen vrede gesloten met een volk, dat geen hoofd heeft of ooit
gehad heeft, met zooveel invloed, dat het voor het geheele volk
Q kan spreken, en dat voor een zeer groot oeel onze sonvereiniteit
, erkent. Dus zal de oorlog ook nooit op een gegeven oogenblik .
l uit zijn; men zal nooit een bulletin kunnen uitgeven; de Atjeh-
j ; oorlog is uit. Langzamerhand zal men onzen invloed zien ver- i
l, I sterken, dien van de bendehoofden afnemen. ·
f Vanneer wij met vasten tred op den ingeslagen weg voortgaan,
5 zal, evenals elders in Indië, en ik hoop bin11en niet al te lang
.;; i tijdsverloop, ons doel in Atjeh worden bereikt.

{ j ta
t _, I