HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 58

JPEG (Deze pagina), 1.12 MB

TIFF (Deze pagina), 6.51 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

.. ‘ · . .; l · . *· r - . ‘ R · .;" ë ,· ‘ ” ·‘‘` 1 `‘ = #4
ljl . ~··.' ·‘ U
56 _ j
'll T
9 · Wanneer het einde ? j
. Er wordt gevraagd: wanneer verwacht gij het einde van den l
( Atjeh oorlog?
"‘ Het spijt mij de aandacht van de Kamer langer te moeten bezig-
jj houden dan mij lief is, maar de heer Balhmann heeft, in dit verband
tot mijn spijt woorden gesproken, die het mij niet mogelijk is met _
IQ; stilzwijgen voorbij te gaan. Hij gewaagde van fanfaronnades,(1)
{ff e door een paar geachte officieren gehouden.
· _ Daarop dit antwoord: ‘ l
jj . Wat de rede betreft door kolonel Van Heutsz op Koninginsver- _
lj; L jaardag uitgesproken, deze hield den wensch in, dat bij de aan- E
staande troonsbestijging van Hare Majesteit het veroverde Atjeh _ A ‘
zou kunnen aangeboden worden.
jl. Q De rede werd uitgesproken in eene militaire omgeving, waarin ·
Q zich altijd twijfelaars bevinden en waarin het goed kan wezen zulk , .
ljr i een verwachting. te uiten. Een enkel woord in zulk een kring te
ijf veel gesproken, zal wel geen kwaad doen. Maar in den mond van
· dien man juist zijn zulke woorden geen fanfaronnades, want hij zeker
_ behoort tot die mannen in het Indisch leger, die, meer nog dan
‘ anderen, getoond hebben, dat zij hun kracht niet zoeken in woorden,
I maar die toonen in daden; hij zeker is een van de mannen,zooals
jl l ' de heer Pyttersen die wenscht en waarop door hem werd gewezen,
ip een van die mannen, waarmede men in` de Atjeh-zaak spoedig tot
jj j een .einde zal komen, als men hem maar niet bindt met commissiën -
·j jj als die, waaraan deze afgevaardigde herinnerde. `
g En wat de woorden van generaal Vetter betreft, wensch ik
I mede te deelen, dat ik dezen bij een bezoek (niet officieel natuur-
j lijk -·- daartoe had ik geen recht - maar vriendschappelijk) ge-
vraagd heb, of de woorden, zooals wij die kennen uit de cou1·anten,
ï want ofücieel weet ik daarvan niets, het door hem gesprokene juist
* l teruggeven. Ik ontving ten antwoord, dat hij gesproken heeft zonder
I j een woord op schrift te hebben, en dat niet één vertegenwoordiger -!,,
' , van de pers er bij aanwezig was. Hij kon zich de woorden, die hij had
j" gezegd, uit den aard der zaak niet precies- meer herinneren en zij ` . l .
l · moeten zijn overgebracht geworden door iemand, die ze had van hooren
j zeggen. Allen nu, die hunne redevoeringen in de eouranten nalezen, we-
j . ten hoe de woorden die gesproken zijn, daarin somtijds eene geheel
3 andere beteekenis krijgen dan zij hebben zouden, als zij letterlijk + ·
j l · waren teruggegeven. Dat kan hier ook het geval zijn geweest. ‘
j De bedoeling van den generaal, volgens zijn eigen zeggen, is .
E _ geweest om uiteen te zetten, dat het gebruik van het leger op het ,
Q W oorlogsterrein in defensieven zin nimmer goed kan zijn, een mee- l
" ning die ook door vele leden van de Kamer, zoo militaire als bur- ’
j Q gerlijke, hier is uitgesproken. Vandaar dat hij gezegd kan hebben I
9 dat een dergelijk gebruik van het leger oorzaak zou zijn geworden, .l
l dat de troepen gebrek aan zelfvertrouwen kregen. En dat gebrek
I aan zelfvertrouwen is, helaas, eenige malen gebleken en in dien
f zin heeft hij gesproken van eene slechte oefenschool. Terwijl me-
l (1) Snoeverijen. _
r
E 2
:
vii, _ ­ W · · _