HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 54

JPEG (Deze pagina), 1.14 MB

TIFF (Deze pagina), 6.37 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

il j 52 ` I
l Q A der motie, die ook het weggaan van de Nederlanders uit Indië in
» zijn werkje Land en volk van Java bespreekt: ,,Multatuli‘s ­- lees j
j ik daar op blad. 63 ·- Multatuli`s in vertrouwelijk gesprek ge- `
§ uiten eisch; ,,De Hollanders er uit !" zouden wij diep betreuren.
`Want al liet en laat het Hollandsch bestuur veel te wenschen
over, al bebben wij het rechtmatige vonnis uitgesproken over
lj Hollands wanbeheer en ons vaak geschaamd tot het blanke ras te
behooren, één feit. is onloochenbaar en dat is; dat het slechtste
4 Hollandsche bestuur beter is dan het beste inlandsche dat wij kennen. `
jl ,,De Hollanders er uit !" zou beteekenen: de tirannie ten troon i
._ verheffen, de knevelarijen vernieuwd, de barbaarschheid terugge- rg
l voerd en de bevolking aan roof en plundering overgeleverd?
Waarom in Atjeh blijven '?
gfï Deze woorden gelden niet Atjeh, maar Java, maar het eind vooral
komt mij voor als te zijn geknipt voor Atjeh. ,,De Hollanders er ­ ·
E uit" zou daar dezelfde beteekenis hebben, namelijk eene ontketening l
ijf van allerlei woeste hartstochten, waarvan ik niet gaarne de ver- `
f antwoordelijkheid zou dragen. Laten wij ons zijn in Atjeh nood·
ll zakelijk en desnoods een noodzakelijk kwaad noemen, ­- van At jehsch j
standpunt en van menig ander kan ik dat zeer goed begrijpen -,
maar laten wij het woord ,,noodzakelijk" niet uit het oog verliezen.
fj Laten wij het oude opschrift ,,straf‘is mijn hand en liefelijk mijn 1
2 gemoed", zoo spoedig mogelijk op Atjeh toepassen, zoodat bij slot A
van rekening ook de Atjeher tot de overtuiging komt, niet alleen
iïl W dat wij daar een duren plicht te vervullen hebben, maar dat wij j
gj A later voor hem noodzakelijk en goed zullen zijn. De tegenstanders
j van de tegenwoordige politiek in Atjeh, die hier niet zulke groote
bezwaren als de twee sprekers, die ik zoo juist heb beantwoord,
Cj . maar bezwaren van uiteenloopenden aard daartegen hebben inge-
ll bracht, hebben dit gemeen, dat zij geen van allen een anderen
( uitweg aangeven. Dit constateer ik en dan vraag ik hun in gemoede:
. wat helpt al dat afkeuren en aftuigen? Dit immers zijn wij allen
_eens dat terugkeeren uit Atjeh, Atjeh a l’abandon laten, een knak
t aan ons gezag in Indië zou toebrengen. · k ·
E De geachte afgevaardigde uit Tietjerksteradeel heeft gezegd, ‘
‘; dat dit een einde aan den oorlog zou brengen. Mijnheer de Voorzitter,
‘ dat zou geen einde aan den oorlog maken; integendeel, de Atjehers
I ons ziende wegtrekken, zouden onmiddellijk hunne benden richten ·' `
niet alleen naar de Oostkust, mxar ook naar de Westkust van ` l
j Sumatra; naar de Westkust, waar in de Battaklanden de schoone A
vestingen van het Rhijnsche zendelinggenootschap zijn; in de Bat- '
taklanden, waar de bevolking doodsbang is voor de komst van de
Atjehers en waar men die vreedzame en eenigszins vreesachtige .
' bevolking zonder den minsten twijfel aan de genade en de ongenade
van de Atjehers zou overleveren. Naar de Westkust van Sumatra,
jj, waar wij sinds jaren gezag uitoefenen, gezag niet weinig troepen
en weinig ambtenaren, maar dat de Atjehers niet zouden nalaten
lg te gaan bestoken. Naar de Oostkust van Sumatra, waar, ja. for- j
I
, gl
;|_
`HE