HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 53

JPEG (Deze pagina), 1.09 MB

TIFF (Deze pagina), 6.36 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

F 1
ii V._‘ _, `
{ Nu `wordt de Regeering verzocht een onpartijdige commissie te
benoemen. Ik zie geen kans daartoe. Ik zou alle Nederlanders {
{ moeten uitsluiten, want ik kan mij niet voorstellen, dat één Y
' · Nederlander onpartijdig is ten aanzien van een oorlog door Neder-
A land gevoerd. Wanneer hij waardig zou zijn in de commissie zitting {
" te hebben, zou hij moeten begrijpen, dat een dergelijke zaak van
groot belang is voor de ontwikkeling van de koloniën en van {
zijn land. ,
Dus iedere Nederlander is, volgens mij, partijdig in deze zaak. {
WVij zullen derhalve moeten komen tot het benoemen van eene
{ commissie bestaande uit Russische of Zwitsersche professoren,
die deze taak op zich zouden willen nemen. Men zou bovendien
I · met het kiezen van vreemdelingen zeer voorzichtig moeten zijn
en bij voorbeeld geen naburen moeten nemen. ,
, Die commissie zou binnen het jaar moeten rapporteeren. {
" Ik geloof, dat een serieuse commissie zich zulk een commando
' niet zou laten welgevallen. Daarbij komt, dat zij moet nagaan
3 de moreele, politieke en finantieele gevolgen van den oorlog sedert
. zijn aanvang, maar ook te rapporteeren heeft over de gevolgen
‘ der thans gevolgde tactiek.
Daarvoor zou de commissie dan toch naar de terreinen van den
oorlog dienen te gaanr Of hierdoor het benoemen van eene com· {
missie gemakkelijker zal worden, ben ik zoo vrij te betwijfelen. '
Ook moet de commissie rapporteeren over de mogelijkheid en {
wenschelijkheid van het beëindigen van den oorlog. {
Voor de mogelijkheid zal zij hebben te spreken met de leiders l
t van den oorlog. Deze strijd toch heeft geen leider maar leiders, {
want wij hebben op Atjeh te doen met benden over het geheele {
land verspreid. Aan de eene zijde heeft men b. v. Toekoe Oemar, {
{ aan de andere Panglima Polim en vele anderen. Dezer dagen
hebben wij nog gehoord van een aanval in Edi onder aanvoering *
van Nja Mamat Perlak. Met al deze heeren zal de commissie te
· spreken hebben. Mij komt deze taak voor de commissie niet be­
; niidenswaardig voor. i
'Y . Het eenige, wat mij in de motie aantrekt zijn de slotwoordenr
` ` ,,met behoud onzer volkenrechtelijke stelling op Sumatra". {
` ` Ik ben het volkomen eens met het antwoord daarop gegeven {
" door den geachten afgevaardigde uit Utrecht, den heer Van Karne­ ,
. _ . beek, dat namelijk het eenige antwoord daarop is te geven in {
twee woorden; ,,onderwerp Atjeh." {
` De geachte afgevaardigde uit Schoterland, die zich wel kan §
. vereenigen met de motie, is het toch nog meer eens met hen, die
zeggen, dat na de praemisse van de redevoering van den geachten {
afgevaardigde uit Enschede, de conclusie eigenlijk moest zijn i
,,Nederland weg uit Atjeh" en, consequent doorredeneerende, ,,de {
Nederlanders weg uit Nederlandsch­Indië." .
Die geachte afgevaardigde aanvaardt die consequentie. Het {
, terugtrekken van de Nederlanders uit Nederlandschlndië is eene '
serieuse zaak, en daarom zij het mij veroorloofd een citaat te doen ‘ {
uit het reeds meermalen aangehaalde boekje van den voorsteller {
§ 2
*