HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 49

JPEG (Deze pagina), 1.13 MB

TIFF (Deze pagina), 6.30 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

? · 47 .
heb de bewijzen hier voor mij liggen" terwijl hij er bijvoegde I
. dat de Fransche gezant hem` daaromtrent mededeelingen had gedaan? _ ·
· Hen, die verlangen zich nogmaals in de noodzakelijkheid van
‘ den Atjehaiorlog te verdiepen, verwijs ik naar de gepubliceerde
f stukken en het in 1874 in comité-generaal gevoerde, later open- E
·.ï baar gemaakt debat. Er nu eene nieuwe discussie over te openen .
ligt buiten mijn bestek. Met eenige welsprekende volzinnen, vol
J vuur en overtuiging uitgesproken, is deze quaestie niet goed te
E maken. Ik wensch mij dus te houden op het standpunt in de
Z Memorie van Antwoord ingenomen, dat eene discussie over de
I rechtvaardigheid van den_Atjeh­oor1og nutteloos zou zijn en althans
in door mij niet zal worden gevoerd. j '
’ In het Voorloopig Verslag, op eene plaats en in een redever­ j.
I 1 ·· band die aantoonen, dat dit eene uiting is van de heeren die
1 zich nu hier voornamelijk over dit punt hebben uitgelaten, staat
jj dat niemand de verantwoordelijkheid heeft willen op zich nemen
Q voor het beginnen van den Atjeh-oorlog. Ik meen, Mijnheer de
` ‘ Voorzitter, dat dit onjuist is; bij het begin en bij het voortzetten
ti van den Atjhe­oorlog in zijne verschillende phasen heeft hier
altijd iemand gestaan, die de verantwoordelijkheid op zich nam.
Natuurlijk ieder voor de phase waarin hij zaak vond; men kan
, helaas, geen rekening houden met de zaken die men liever anders zou
Q gehad hebben. Veertien opvolgende Ministers van Koloniën, dertien I
: mijner voorgangers en ik, hebben die verantwoordelijkheid gedra-
gen, daaronder waren er, die -- het is door den laatsten spreker
zooeven herinnerd 4- zich in andere betrekking tegen den Atjeh-
oorlog hadden uitgelaten, maar die desniettegenstaande de verant-
_ # woordelijkheid voor het wegtrekken uit Atjeh niet op zich hebben ·
· durven laden. En wanneer ook ik nu die verantwoordelijkheid
*` aanvaard, dan is dit zeer zeker niet voor alles wat vóór mij gebeurd V
Q is. Wanneer ik dat deed, zou ik zeker al een zeer zonderling,
ë` wisselvallig en inconsequent persoon moeten zijn, want men heeft
, in Atjeh al zeer vele wegen bewandeld. Alleen voor hetgeen thans
L geschiedt, de geachte afgevaardigde uit Sliedrecht heeft het terecht
gezegd, kan ik de verantwoordelijkheid dragen. En het standpunt
j ‘ dat ik aldus inneem is er geen, zooals de laatste spreker meende,
· ` ` dat door radeloosheid is ingegeven; ik treed hier hoegen_aamd niet
op als een nieuwe Messias, noch als iemand die een nieuw avontuur
i gaat beginnen. Alles wat hij daaromtrent heeft gezegd, geen woord
, _ uitgezonderd, mist allen grond. Ik begin niets nieuws, ik ben
eenvoudig de voortzetter van hetgeen ik gevonden heb; ik aanvaard
_ de verantwoordelijkheid voor de verdere uitvoering van de Koninklijke
ç machtiging, waarvan melding is gemaakt op bladz. 7 van het
Y Koloniaal Verslag, en waarbij op voordracht van mijn ambtsvoor­
I ganger, overeenkomstig de voorstellen van den Gouverneur­Generaal
q een bepaald plan van optreden tegenover Atjeh is aangenomen.
. Welke is, zoo vraagt de geachte afgevaardigde uit ’s-Gravenhage,
‘ de gedragslijn, die thans gevolgd wordt? Mijn antwoord daarop
_ I" kan kort zijn, want er wordt eigenlijk gevraagd naar den bekenden
,4 ‘ weg. In de Memorie van Antwoord betretïende de Indische begroo~
. Bft 4 _ ·