HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 48

JPEG (Deze pagina), 1.14 MB

TIFF (Deze pagina), 6.30 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

l . N .. ,;. ig.; `,.. .ï.;..t;,;......;.;..;,., _.>4 ..,,&
415
l Want _ de bij dat traotaat gevoegde verklaring zegt: ,,12146 cet `ëmï
(d'Atchin) sans zien perdre olv son inclépendrmce offre au navigateur ^
et au commergant cette constante sécurité que semble ne pouvoir ` _
. y être établie que par l’exercise modéré d`une influence européenne."
Daarbij namen we dus op ons de vrij onmogelijk na te kon.en 1
verplichting, om handel en scheepvaart der Europeesche natiën
te beschermen tegen land- en zeeroof van de zijde van Atjeh,
zonder daarbij aan de souvereiniteit van Atjeh te raken. Envan
. die restrictie heeft Atjeh gebruik gemaakt om zijne vijandige ,
gezindheid jegens ons jaren achtereen bot te vieren, zooals men -2
kan lezen in de bekende ,,Nota over de betrekkingen van Neder- ;‘
T land tot het Rijk van Atjeh sedert 1824", die onder no. 141 der
Zitting 1872-73 gedrukt is en ook gevoegd is bij de otficieele . .
bescheiden over het ontstaan van den oorlog met Atjeh, van t "
Regeeringswege i11 1881 ter Landsdrukkerij uitgegeven.
, t Het is niet mogelijk dit hier nader uiteen te zetten en daarom `¤
1 bepaal ik er mij toe naar deze Nota te verwijzen. De lectuur _ _
daarvan zal ‘aan hen, die er belang in stellen, bijv. aan de afge- `;1'
vaardigden uit Enschedé en Tietjerksteradeel, doen zien, dat Atjeh l
lang niet zoo onschuldig was, als zij het willen doen voorkomen.
. De heer Van Kol heeft beweerd, dat de zeerooverijen der Atjehers .
niet zooveel te beduiden hebben gehad en dat ook in ons gebied t
wel eens _prauwen beroofd worden, maar ik wensch hem te doen ’
­ opmerken dat hij aldus ongelijksoortige grootheden vergelijkt. .
j De zeerooverijen der Atjehers zijn veel beter te vergelijken met
1 die van de piraten van Algiers en van het Rif van Marokko,
welke dan ook die beide Staten in conflict hebben gebracht met f
vreemde Mogendheden, hetgeen, zooals bekend is, is uitgeloopen op · `
l `het verlies van de onafhankelijkheid van Algiers, dat door Frank- Q
rijk is geannexeerd. · @
De Britsche Regeering - men kan het lezen in dezelfde publi- ,
catie (bladz. 46 van het verslag van het comité-generaal van ’
1874, waarvan het geheim is opgeheven) - beklaagde zich her- f
haaldelijk bij de onze, dat hare handelaren ,,have been interfered {
,,with, and their ships and property plundered by people in the
A nneiglibourhood of Atcheen" (*) en vorderde van ons denakoming _ - _
der verplichting, die wij met het tractaat van 1824 op ons genomen ' ,
hadden. Zouden de handelingen der Atjehers ons nu niet ten
slotte in internationale moeielijkheden gewikkeld hebben, die een-
voudig zelfbehoud ons dwongen te voorkomen, zoodra het tractaat · t
van 1871 ons ontslagen had van de onmogelijke verplichting om `
de veilige vaart in de Atjehsche wateren te verzekeren zonder t
aan de onafhankelijkheid van Atjeh te geraken? Mag ook bij het ·
beoordeelen van de rechtvaardigheid van den Atjeh­oorlog worden {
voorbij gezien, de pogingen van Atjeh om zich onder de suzereini­
1 teit te stellen van Turkije, van Amerika en van Frankrijk; waar- l
omtrent in het Comité-general door den Minister van Buitenland- 2 t
j sche zaken, den heer Gericke van Herwijnen, werd gezegd: ,,Ik ,_.
, (*) last hadden gehad en hunne schepen door volk in de buurt van ‘ .
T Atjeh waren geplunderd. _ ‘i
l~ » _
. I
Jr. · ‘ · .,..t 5 ;~