HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 45

JPEG (Deze pagina), 1.06 MB

TIFF (Deze pagina), 6.27 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

xl . W Y---- »­- ­­­­·­v·•­•-••·Y »
j .
43
« Hordijk gehoord, dat WU, niettegenstaande de veel geprezen taktiek,
die nu gevolgd wordt en nu blijvend is verklaard, nog niets zijn
_ vooruitgegaan. Naar het mij voorkomt, behoeft men volstrekt geen
sf militair of Indisch specialiteit te zijn, om te moeten en te kunnen
1* zeggen, dat de lasten, die de verovering van Atjeh op onze schou-
tl ders zal leggen, de lasten aan menschenmate1·ieel en ünanciën, te
i zwaar zijn, dan dat wij die met een gerust geweten op onze schou-
ders kunnen nemen. Ieder die de Atjeh-litterotuur eenigszins heeft
nagegaan, weet, dat het laatste woord, dat gewoonlijk gesproken
wordt, is; wij zouden wel flink willen gaan werken en de zaak
krachtig aanpakken, maar dat laten onze krachten, zoowel finan- I
j _ ciëel als wat betreft het verkrijgen van de noodige troepen om
het tegen die fanatieke bevolking vol te kunnen houden, niet toe.
,·», Waar dit het geval is, daar ben ik zoo vrij om te meenen, dat
T2 de positie van Nederland in Atjeh is reddeloos.
g De motie verdedigd.
r
Er is door den heer Van Kol eene motie ingediend, welke van j
verschillende zijden bestrijdingheeft ondervonden. Er is o.a. tegen i
die motie beweerd door den heer Kuyper: die motie gaat niet ver
genoeg; ga er dan liever uit, waarom staat dit er niet in? Nulaat E
gij toe, gij, die den Atjeh-oorlog zoo slecht vindt, dat die oorlog
nog een jaar zal voortduren.
Ja, Mijnheer de Voorzitter, wanneer wij dat toelaten, dan is het,
omdat wij er nu eenmaal niets aan kunnen doen, als die oorlog nog
een jaar wordt voortgezet. En als men, zoolang de weikzaamheden
der commissie nog voortduren, den oorlog niet tot het geringst
mogelijke gaat beperken, dan is het onze schuld niet, daar wij een
. minieme minderheid in deze Kamer uitmaken, maar wel de schuld
van de overweldigende meerderheid in deze Kamer en de schuld
der Regeering. 4
De heer Kuyper heeft door te zeggen: gij moet er direct uittrekken,
‘ niet ons getroffen, maar zijn eigen partij en de Regeering, met
- ­ · wie hij door dik en dun medegaat. Als wij het te zeggen hadden,
` dan zouden wij ons wel terugtrekken uit Atjeh, al moesten de
Tamiangsche en andere ondernemingen schade lijden. Ook om eene
y · andere reden was het voor ons onmogelijk om op dit oogenblik van
‘ ë ·1__g ‘ de Kamer te vragen eene motie aan te nemen om terstond terug
- ‘ te trekken uit Atjeh.
, T Wanneer de politieke gedragslijn, die men zich heeft gesteld, iets
`, zal beteekenen, dan moet zij samenvallen met eene opinie die bij
een groot deel van het volk bestaat, en wij ontveinzen ons volstrekt
· niet, dat de volksopinie omtrent den Atjeh-oorlog, zooals dit met
» zoovele oorlogen het geval is, op een dwaalspoor is gebracht, is
vergiftigd; dat er zoodanig fanatisme tegen Toekoe Oemar is op-
< gewekt, aan wien men ,,verraad" heeft toegeschreven om eigen
p ç fouten goed te praten, dat die volksopinie op zulk een dwaalspoor
is gebracht, dat zelfs het Nederlandsche volk het niet goed zou be-
grijpen wanneer eene motie werd voorgesteld ; Trek u terug uit Atjeh 1