HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 40

JPEG (Deze pagina), 1.13 MB

TIFF (Deze pagina), 6.24 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

‘ fl; QQIL,§l],"Q;Q` ’· ‘” i'ï‘ .
~
Qi
Q Q 38
Fl? 1
I ,· Ik heb te meer reden, om met een enkel woord te wijzen op die
Q Oostkust van Sumatra en de industrie, die daar wordt gedreven,
Q · omdat wij hebben kunnen opmerken, dat, nu de meer aggressieve .
Q politiek op Atjeh is aangevangen, ook de exploitatie van grond in
Q ‘ die streken schijnt te zullen toenemen.
Q , Immers, wij hebben enkele dagen geleden in Het Vaderland een i
Q · bericht kunnen lezen, overgenomen uit de Deli Cour¢mt:da.t Tami-
ang weldra zal worden opengesteld en dat de houders van aan-
Q spraken op landconcessiën zullen worden opgeroepen om daarvan Q
Q nl te doen blijken. «
Q jït Tamiang is, zooals men weet, het uiterste gedeelte van de vroe- ·
Qï Q- gere onderhoorigheden van Siak, die landstreek grenzende aan de _ _
Q Q kuststreek van Atjeh.
Q ‘ Eenige jaren geleden schijnen reeds aanvragen te zijn gedaan voor
Q de exploitatie van gronden in Tamiang, waaraan echter geen gevolg
Qi werd gegeven, wegens de onveiligheid, als gevolg van de niet- . .
onderwerping van Atjeh, omdat het Nederlandsch Gouvernement
Q L het noodig achtte, degenen die zich daar vestigden te beveiligen.
Q ` Q Nu lezen wij echter, dat in Tamiang de gronden worden openge-
Q 5, steld. Ik vraag, of wij daarin hebben te zien een verband met de
Q veranderde taktiek. In elk geval dienen wij degelijk te weten, of
voor de exploitatie van Tamiang de onderwerping van Atjeh nood-
Q ' zakelijk is. En eerst wanneer wij hooren, dat voor de belangen
Q f van de industrie en het kapitaal de onderwerping van de kust-
Q _ staten van Atjeh noodzakelijk is, eerst dan zijn wij in de gelegen-
‘ Q; heid na te gaan of het belang van die kapitalisten zoodanig samenvalt
Q Q met het belang van de groote massa in Nederland en Indië, dat
men die mag doen gelden bij de overweging van de vraag, oftot de ‘
Q Q onderwerping van Atjeh moet worden overgegaan.Maar nog verder
op de Oostkust van Sumatra gaat de exploitatiezucht. Ik heb tot nog
Q. toe gesproken van de landstreek behoorende tot de vroegere onder- ’
,;, hoorigheden van Siak; maar reeds richtte het Nederlandsche
E kapitaal het oog naar eene landstreek, behoorende tot de kust-
staten van Atjeh, waar men op dit oogenblik feitelijk nog niets
te zeggen heeft. Ik bedoel de landstreek_Perlak, welke goede · · ·
tabaksgronden en tevens petroleumbronnen schijnt te bevatten. , `
Q ii Vij hebben kunnen hooren, dat er reeds vóór eenigen tijd conces­ Q
ciën zijn aangevraagd voor de ontginning van petroleumbronnen Q
Q, Q; in Perlak. Met die voorbarigheid van het kapitaal, om zoo spoedig ~ i, ‘
Q` mogelijk eenig recht te verkrijgen op gronden in Perlak, werd
zelfs in sommige bladen de draak gestoken; men vond het nu wel g_
wat Amerikaansch, dat in dezen stand van zaken het kapitaal
§Ql al zijn klauwen uitstrekte naar den rijkdom, waarschijnlijk in l
Perlak aanwezig.
Nu is het mogelijk, dat met het oog op het vruchtbaar maken
EQ van een dergelijke landstreek voor de exploitatie door Neder-
landsch kapitaal, voortzetting van den oorlog en onderwerping {Q
· van Atjeh, ook van de kuststaten, aan ons gezag wenschelijk
A wordt geacht. Maar laat men dit dan ook ronduit zeggen, opdat
i wij kunnen overwegen, of die reden zoo belangrijk is en of de `
F