HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 39

JPEG (Deze pagina), 1.07 MB

TIFF (Deze pagina), 6.22 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

J 37
i kapitaal veel meer dividend is te maken dan hier in Nederland,
E waar zoovele nooden te lenigen zijn, waar de nationale rijkdom
j zou kunnen worden vermeerderd, wanneer datzelfde kapitaal werd
gebruikt tot ontginning van woeste gronden, waardoor arbeid zou
j' worden gegeven aan hen die daarnaar zuchten,wanneer plassen en
G meren werden drooggemaakt, die nu bijna zonder eenig nut daar
liggen.
Welaan dan, ik meen, dat het van belang is, dat het Nederlandsche
volk wete, welke de oeconomische beteekenis is van den Atjeh­oorlog
voor het geheele volk. ·
j Wij hebben over de oeconomische draden, waarmede de Atjeh
Q oorlog vastzit aan sommige deelen van ons volk, wel reeds het
· een en ander kunnen lezen.
j Ik herinner bijv., dat in De Javabode van 16 Maart 1897 er op
Q gewezen werd, dat reeds zes maanden voor den afval van Toekoe
j Oemar in Indië werd aangeraden, aandeelen te koopen in de Ko-
_ ` ninklijke Paketvaartmaatschappij, zoodat men toen reeds scheen te
l weten, dat zes maanden later eene aggressieve politiek zou worden
{ gevolgd, ten gevolge waarvan de aandeelen van die Koninklijke
Paketvaartmaatsehappij omhoog zouden gaan. Wanneer ik echter
j spreek, Mijnheer de President, van de oeconomische belangen
te verbonden aan den Atjeh­oorlog, dan weet ik zeer goed, dat de
j vraag of de aandeelen van de Koninklijke Paketvaartmaatschappij
t hooger of lager zullen gaan, niet den doorslag geeft, maar dan
t ’ meen ik te meer dat wij ingelicht moeten worden, welke dan wel
lg de oeconomische belangen zijn, die met den Atjeh-oorlog samen-
hangen.
Ik onderstel dan, dat men ons zal wijzen op die uitgebreide
streek, die daar ligt aan de Oostkust van Sumatra en die na 1858,
toen wij het traktaat met Siak hebben gesloten, door verschillende
maatschappijen is in exploitatie genomen.
, Volgens den Indischen Regeeringsalmanak van 1894 was toen
. reeds een 130tal tabaksondernemingen daar gevestigd, waarvan
. de Delimaatschappij de voornaamste is, waar zij beschikt over
_ 13,500 bouws en van 1870-1893 aan dividenden heeft gemaakt
' 28ïj2 millioen gulden. Daar in Deli, Batoe Bahra, Serdang en
. Assahan is het terrein waar de Nederlandsche tabakmaatschap­
pijen zich hebben gevestigd,
_. . Wanneer men ons nu hier mocht mededeelen, dat wij den Atjeh~
`;,’ oorlog moeten doorzetten ten voordeele dier ondernemingen, die
t· daar zijn gevestigd in de landstreek, die grenst aan Atjeh, dan moet
4ä ons duidelijk gemaakt worden, of het voortbestaan en de verdere
* uitbreiding van die tabakindustrie aan Sumatra’s Oostkust niet alleen
[ een belang is van de aandeelhouders in die maatschappijen en het ‘
Europeesch personeel, dat aan die ondernemingen verbonden is, maar
lj dat het belang bij die tabakindustrie betrokken (men spreekt dik·
E wijls van het belang der industrie, maar dat komt veel neer op het
ii belang der industrieelen) zóó groot is voor den oeconomischen toe-
stand van Nederland en van Indië, dat wij ons ter wille daarvan W
de opofferingen voor den Atjeh-oorlcg mtgen en moeten getroosten.