HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 37

JPEG (Deze pagina), 1.08 MB

TIFF (Deze pagina), 6.23 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

* Doch `bovendien, ik wil de vraag stellen, waar gaan wij `heen
‘ met die taktiek. _ `
Als een voorbeeeld van de radeloosheid die er heerscht in de
Atjeh­kwestie, wijs ik op de volslagen onbekendheid met het doel,
gft- dat door de nieuwe taktiek wordt beoogd. ·
j Wij hebben daaromtrent; allerlei uitingen vernomenl. De een
j zegt: wij moeten den sultan opzoeken in Kamala, terwijl een ander
j uitroept; wij moeten Toekoe Oemar in handen zien te krijgen,
‘ levend of dood; maar alles komt ten slotte hierop neder: Atjeh
moet onderworpen worden, het koste wat het wil, zonder dat men
inziet hoe_dat doel is te bereiken., In alles heerscht verschil van
opvatting.
Moeten de kuststaten, oostelijke en westelijke, onderworpen
. ' worden, of zijn wij klaar als wij den sultan in Kamala hebben
. gevangen, of wel als wij Toekoe Oemar dood of levend in handen
lj hebben? En als dat eens gebeurde, wat doen wij dan met hem?
_ Zullen wij hem dan`weder in het bezit stellen van munitie en
1 oorlogsbehoeften en hem opnieuw in het veld sturen?!
. Ik hoor hier zeggen: waarachtig niet! Maar men heeft hem
toch al eens voor de tweede maal aan het werk gesteld, nadat
men hem had leeren kennen, en als men derhalve zich reeds eene
tweede maal heeft vergist, waarom zou dat ook niet eene derde ‘
maal mogelijk wezen ?
Waarom zon men niet weder voor eene derde maal vertrouwen
in hem stellen, hem munitie verstrekken, de zorg van den oorlog
opdragen, hem opnieuw verbitteren en eene taak opleggen, die hij,
wegens het gevaar voor zijn eigen leven, niet kan vervullen, zoodat
hij opnieuw gedwongen zou worden tot afval en het nemen van
positie tegenover ons? Want ofschoon de kamer er niet rond voor
uit komt, toch heeft verleden jaar bij de behandeling der Indische
begroeting de Minister bedektelijk te kennen gegeven, dat de afval
F van Toekoe Oemar een gevolg was van onze eigen handelingen.
Ik meen dus, dat wij ook radeloos zijn ten opzichte van het doel,
« dat met de thans gevolgde taktiek wordt beoogd. Eene reden te
. ‘ minder om den Minister en de tegenwoordige Indische Regeering l
. ­ , door dik en dun te volgen. · i
` Nu wij hier bezig zijn ons voor te bereiden, verder te gaan
` met de verovering van Atjeh, hebben wij gisteren uit den mond
van een van onze medeleden, den heer Verhey, kunnen vernemen 5
«. ­ het verschrikkelijk getal menschenlevens dat die oorlog eischt. Wij j
‘ ' hebben gehoord, hoe duizenden en duizenden menschen de laatste Q
- I _ jaren weggemaaid worden door de berri-berri. Wanneer de ge- s
,g schiedenis van den Atjehoorlog eens zal geschreven worden van j
het begin tot het einde, dan zullen wij zien, dat wij hebben toe- E
gestaan, dat duizenden en duizenden Nederlandsche burgers, behalve 4 U
I degenen die wij in Indië zelve in onzen dienst hebben om de be. l
langen van de Nederlandsche Regeering te verdedigen, moedwillig ä
` aan den treurigsten dood zijn prijs gegeven, zonder eigenlijk goed
te weten waarvoor. Maar bovendien meen ik, dat het op dit oogen: ‘
7, blik zelfs nog niet zeker is, welke beteekenis de Atjeh­oorlog eigen-
x ..