HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 33

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 6.17 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

I
§ 31
ä E
i voor het ’be1·ei’ken van dat doel de ·motie onpractisch is en eene
onpractische strekking heeft. ä
E Hetgeen in deze motie mijne bijzondere aandacht getrokken
V heeft zijn de woorden: De voorsteller wenscht beëindiging van
den oorlog. Hij doet daartoe een voorstel, maar hij weuscht be- Q
l - eindiging van .den oorlog met behoud onzer volkenrechtelijke stelling {
H op Sumatra. Nu komt het mij voor dat, wanneer daarop de nadruk
=j gelegd wordt, er slechts een middel is, waardoor het doel bereikt
‘ kan worden, namelijk door de onderwerping van Atjeh.
f` ` " Nu durf ik aan den voorsteller der motie vragen, of aan den l
· eenen kant zijne rede en aan den anderen zijne motie tot dit doel,
dat hij zich zelf in zijne motie stelt, bevordelijk kunnen zijn.
, A Naar het mij voorkomt, kan het antwoord hierop niet anders
dan ontkennend luiden.
De heer Pyltcrsen: ........... : ............
. , . Nog een enkel woord omtrent de motie van het geachte lid
' uit Enschede, den heer van Kol. De Minister, en dit verheugt
cf mij, heeft ons ten opzichte van Atjeh volkomen klaren wijn ge-
Y . schenken. Hij heeft verklaard dat van hem geene verandering is te i
j verwachten van de gedragslijn in den laatsten tijd in Atjeh gevolgd.
’ Ik verheug mij daarover, niet omdat ik zoo zeer ben ingenomen J
· met die gedragslijn, maar omdat ik overtuigd ben, dat verandering v
. van richting het nadeeligste is wat op dit oogenblik kan plaats 2
, hebben. Hoe groot de onzekerheid in andere opzichten moge zijn, p
` dit althans heeft de lange duur van den oorlog ons kunnen leeren.
Daarom kan ik mii, ook uit dit oogpunt, niet vereenigen met de motie, Q
door den heer Van Kol voorgesteld, al symphatiseer ik met de ,
humanitaire strekking daarvan. Staatscominissiën zijn zeer zeker E
· de slechtste instrumenten om een einde te maken aan een oorlog,
‘ wel een middel om dien te verlengen. Ten bewijze wil ik de i
‘ herinnering verlevendigen aan enkel geschiedkundig feit. Gedu-
rende den Padri­oorlog werd eene commissie benoemd om te onder-
­ zoeken op welke wijze de vesting Bondjoe door onze troepen
' zou kunnen worden veroverd. De commissie ging aan het onder-
‘ ­ 1 zoeken en overwegen en de eindnitkomst was dat men niet tot
overeenstemming kon geraken. De een wilde zus, de andere zoo.
_ En intusschen lagen onze troepen voor die vesting en bleven 27 E
‘ maanden lang voor die vesting gelegerd, zonder in staat te zijn i
‘~ ‘ haar te veroveren, toen er eindelijk een man kwam, die wist {
j wat hij wilde en ook de kracht bezat om datgene wat hij wilde Q
` te verwezenlijken, de kracht en de kunde, maar ook den moed è
S om de verantwoordelijkheid te dragen. Het was de toenmalige t
* luitenant-kolonel Michiels; 6 Augustus trad Michiels op als bevel­ ,
V hebber der troepen voor Bondjoe gelegerd en tien dagen later, 16 Q
Augustus, was het onneembaar geachte Bondjoe reeds door onze al
Y troepen genomen. t
l Ik ben overtuigd dat ons Nederlandsch­Indisch leger ook op dit j
oogenblik nog tal van mannen telt die de evenknieën kunnen zijn Q
Y van een Michiels. V,
lf A
~4 ~ IA A":_ .,.,,,,,_,,.,,,,.;...A...,_,t.,,,.1`.,,.,.¤j..i -,...-..5,%,, »....;.,.;··;..:,.;`;..;,...,.-"­`,.«.«-.­­­~~«Y- ­-·~ ~- =·~«:~«««». · •­«~­-»­·»~­»- ~·~~·~··»-­·>~~<­» v­~«-Y-»-<·:~¥­­­¤=~­#­«v·»*··•-­­•·~· )