HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 31

JPEG (Deze pagina), 1.03 MB

TIFF (Deze pagina), 6.24 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

I
§ - 29
4
l den Minister er even attent op te maken. Wij vinden die vraag
5 op bladz, 5 van het Voorloopig Verslag. Zij luidt als volgt:
§ · ,,Eenige leden, die van oordeel waren, dat men bij het voeren
i van den strijd in Atjeh te veel van den eenen dag op den anderen
i, dag geleefd heeft, verlangden eenige zekerheid, dat hetgeen men
, doet en doen wil, bevredigende resultaten zal opleveren. Zij wenseli-
, ten van den Minister te vernemen welk politiek en krijgskundig
doel thans ten gevolge van de plaats gehad hebbende operatiën l
geacht mag worden bereikt te zijn, welke gevolgen de Minister 1
van verdere toepassing van de aangenomen gedragslijn verwacht;
, welke opoiferingen nog noodig worden gerekend om tot paciiicatie
i te geraken. Wellicht zouden de gevraagde inlichtingen verstrekt
1 kunnen worden in eene uitsluitend ter kennisneming van de leden
" § ` bestemde Nota". ,
Ik geloof dat die vraag duidelijk genoeg geformuleerd was. En
I nu spijt het mij, dat de Regeering eigenlijk daarop niet geant­ U
b ; , woord heeft. En wat zij daarop geantwoord heeft, heeft mij vol-
strekt niet bevredigd. Van eene nota is geen woord gesproken, ui
er maar wij lezen op bladz. 5 van de Memorie van Antwoord het
volgende: l
,,Op de vraag, welk politiek en krijgskundig doel thans, ten il
1 gevolge van de geschiede operatiën, geacht mag worden bereikt ¤
i te zijn, geeft de rust en de steeds verbeterende toestand in de Q
streken, waar de vijandelijke benden het niet meer wagen door F
' te dringen, een afdoend antwoord (men zie wat daaromtrent voor- K
j komt op bladz. 8 van het jongste Koloniaal Verslag), en tevens
ï ligt hierin het antwoord opgesloten op de vraag welke gevolgen
j de ondergeteekende van verdere toepassing der aangenomen ge- i
j dragslijn verwacht. VVelke opofferingen nog noodig zullen zijn om
tot paciftcatie te geraken, is uit den aard der zaak afhankelijk
_ van den tijd die nog noodig zal zijn om het den hoofden van het in
` verzet duidelijk te doen worden, dat verdere tegenstand nutteloos
i is, omdat Nederland ditmaal onwrikbaar besloten is om aan den ,'
1 Atjeh-oorlog een einde te maken en het vruchteloos zou zijn op- ,
, ' _ nieuw op verandering van inzichten te hopen."
· _ J , WVanneer dit het antwoord moet zijn op de in het Voorloopig L
f Verslag gestelde pertinente vraag, dan moet ik zeggen, dat het i
g mij in vele opzichten niet bevredigt. (1) g
· Wat is op het oogenblik het object van den strijd? Wat moet ‘
~ j althans daarvan op het oogenblik het object zijn? .
, lo. moest Toekoe Oemar reeds sedert lang levend of dood in
S onze handen zijn, en ‘
20. moesten wij thans zeker zijn van de onderwerping van den <
is zoogenaamden pretendent-sultan. Ik ben overtuigd dat, wanneer de
j pretendent­sultan het Nederlandsch gezag erkent, wij een van de `
grootste stappen zullen gedaan hebben tot paciücatie van Groot Atjeh. ‘
_' Men kan ten opzichte van den Atjeh­oorlog herhalen de bekenden (
i woorden van wijlen den ouden Cato der Romeinen ,,Quod abinitio *
1) Doel.
M