HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 27

JPEG (Deze pagina), 1.03 MB

TIFF (Deze pagina), 6.26 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

[ . ,.,`_ .....-. . . ,.,. , .. _ à
25
Ik heb daar niets tegen, Mijnheer de Voorzitter, maar wel zou ‘l
ik er tegen zijn, wanneer die vader eenige andere jongens er bij
riep en hun vroeg tegen een paar centen belooning hem te helpen i
, om op zijne beurt ook eens dien buurman af te kloppen. En zoo sil
`~ iets doet ieder. die spreekt en stemt vóór het voortduren van den
H Atjeh-oorlog. Wie meent dat deze door geweld moet eindigen, is
j zedelijk verplicht zelf naar Atjeh te gaan om daar te vechten,maar E
j dat doet men niet. Men zendt er anderen heen, die op de levenszee ,
schipbreuk hebben geleden en verplicht zijn, willen zij hier niet
van honger sterven, zich aan de kogels der Atjehers bloot te
stellen en personen dood te slaan, die hun persoonlijk althans nooit
eenig kwaad hebben gedaan. ä
. . Waar wij nu hebben gehoord - ook van eene specialiteit (naar tg
ik meen, den heer Verhey) dat tegen het geschiedkundig betoog
van den heer van Kol heel weinig is in te brengen en het dus
gebleken is, dat het voeren van dien oorlog eene gruwelijke
· j · onrechtvaardigheid is, daar meen ik dat alle leden het hnne moeten
2 , doen, om dien zoo spoedig mogelijk te beeindigen, op welke
I ` manier dan ook.
Niet alleen dat tot dusver de oorlog onrechmatig is gevoerd,
maar ook de zedelijke en iinancieele gevolgen er van zijn verschrik­
kelijk. Konden wij nu verwachten, dat binnenkort door een meer
_ krachtig optreden, tengevolge van een nieuwe taktiek, de oorlog g.
zou eindigen, dan zouden de voorstanders van deze taktiek daardoor
eenigzins sterker in hunne schoenen staan; maar hoe ongelijk de
adviezen van de Indische specialiteiten hier ook mogen zijn,hie1·in ¥§
komen zij merkwaardig overeen, dat, welke taktiek men ook volge,
men zich in langen tijd nog niet uit dit wespennest zal kunnen 2
terugtrekken, wanneer men den weg des gewelds wil blijven gaan.
Er zijn l1ier specialiteiten, die zeggen: de krachtsinspanningen {
, die wij ons in den laatsten tijd hebben getroost en de meerdere
offers die we hebben gebracht, zijn niet te vergeefsch geweest.
Anderen in deze Kamer zeggen evenwel: het heeft nog niet veel
r ‘ geholpen. '
' Aan zulke tegenstrijdige adviezen hebben wij bijzonder weinig.
‘ · Maar neem nu eens aan, dat de Regeering in deze het juiste E
standpunt in zake taktiek inneemt, ­- wat niet gezegd is, want
ook eene Regeering, hoe goed ook ingelicht, kan dwalen - dat
, , , de Regeering den waren weg heeft genomen, om Atjeh met geweld N
ten onder te brengen, dan nog vraag ik: hoe lang zal dit duren? Q
j En dan is het eigenaardig, dat allen zonder onderscheid hierin "
l weer overeenkomen, dat dit in allen gevalle nog zeer Zang
F zal duren. ,
j De Regeering zegt zelf: ,,welke opofferingen er nog noodig ir
f zullen zijn, om tot paciiicatie te geraken, is uit den aard der
, zaak afhankelijk van den tijd die nog noodig zal zijn om het Q-­
den hoofden van het verzet duidelijk te doen worden, dat verdere 4
j' tegenstand nutteloos is, omdat Nederland ditmaal onwrikbaar
besloten is om aan den Atjeh~oorlog een einde te maken en het
vruchteloos zou zijn opnieuw op verandering van inzichten te hopen." l
i .
. ~ gr