HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 23

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 6.20 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

I r 21 t
Ik voeg er die laatste beperking bij, omdat ik mij zeer wel kan
voorstellen dat deze critiek nog altoos een gerechtvaardigd element Q
blijft voor het politiek debat bij de algemeene beraadslaging over
de Staatsbegrooting; en wil de heer van Kol alsdan zijne klacht
, herhalen en ze besluiten met deze conclusie: dat niet mag vergeten g
l worden hoe het de liberale partij is, die voor den vicieusen (1) oor-
l' sprong van den Atjeh-oorlog aansprakelijk blijft, dan geloof ik inder­
« daad, dat er een onderwerp in het debat zou gebracht worden,
waarover niet zonder vrucht viel te discussieeren.
Ter zake voeg ik er nog bij, dat de citeering door den heer van
Kol van het indertijd door mij hier in zake Atjeh gesprokene niet
den indruk maakt, alsoi ik thans over de origine van dezen oorlog
*· ' anders denk dan vroeger. Integendeel, wat ik in 1874: en 1875 hier
betoogde, beaam ik nog.
Wat de historie morbi (2) betreft ben ik het dus geheel met den
_ i _ heer Van Kol eens. Maar, en zie hier mijne bedenking, op elk
' · betoog moet eene conclusie volgen, en nu houde de geachte spreker
,5., het mij ten goede dat de conclusie door hem getrokken, mij niet
schijnt te passen op zijne praemissen. Dit zou anders geweest FV
zijn, zoo hij tot deze conclusie ware gekomen; de Atjehoorlog is
onrechtvaardig begonnen; elke onrechtvaardig begonnen oorlog,
ig hoe lang zijn verloop ook moge zijn, moet onverwijld worden
_ afgebroken; derhalve stel ik als motie voor dat de Kamer ver-
I klare, dat wij ons onmiddelijk uit Atjeh behooren terug te trekken. gg
Ook had de geachte afgevaardigde eene zachtere conclusie,
bijv. in dezer voege, kunnen voorstellen: deze oorlog is in elk
geval door ons begonnen, in geen geval door de Jdvrmen; de kosten
van dezen oorlog behooren uit dien hoofde niet te worden ge-
bracht op de Indische rekening, maar moeten gedragen worden
E door Nederland. Immers het Nederlandsche volk heeft, door her-
· waarts eene meerderheid te zenden, gelijk die toen was, door zijne
afgevaardigden dien oorlog in zijn opkomst gewild; niet de Javaan,
_ maar de Nederlander moet derhalve de leening betalen, nu het
blijkt dat er deücit is.
' , Doch een dergelijke conclusie werd niet door den geachten
" spreker gemaakt. Hij wenscht alleen de benoeming eener Staats
commissie, die over een jaar haar rapport zal indienen.
Indien ik het gevoelen van den heer van Kol ware toegedaan
· dat deze oorlog niet alleen in zijn oorsprong onrechtvaardig, V;
maar ook zijne voortzetting eene schade voor ons volk en eene
gruwelijke onrechtvaardigheid, die oogenblikkelijk behoort op
te houden, dan zou ik het niet voor mijn verantwoordelijkheid g
" durven nemen, om dien toestand ook maar voor een jaar te be­
ll stendigen. Of wel bezien voor veel meer dan een jaar, want als
i het rapport er na een jaar kwam, zou de Regeering zeker nog
.1 wel een tweede jaar behoeven eer zij met volledige, goed ge-
.‘ vormde plannen bij de Kamer zou· komen.
i ‘ Y
T (1) Verkeerden.
" (2) Ziektegeschiedenis.
. · rë