HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 20

JPEG (Deze pagina), 1.11 MB

TIFF (Deze pagina), 6.15 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

lä ' ‘ ` ``‘% - ­ ‘ "V 1 " T III! . ,
l
è` 18 , .
l i
i 1
leger uit te breiden, daar niet enkele jaren, maar onafgebroken
i een wissel op het personeel van dat leger getrokken wordt.
De verklaring dat de Minister betwijfelt of een nog krachtiger
i optreden dan thans in Atjeh geschiedt, tot spoediger beëindiging
ë' van den strijd zou lijden, heb ik met instemming gelezen. Bestond .
. de zekerheid dat met één slag, gesteld dat goed geoefende en
j geëncadreerde afdeelingen te scheppen waren, de strijd zoude be- i`
Q eindigd zijn, dan ware voor dat plan veel, zoo niet alles te zeggen, ·
. doch die zekerheid kan niemand schenken en wanneer men zal g
doorgedrongen zijn tot de plaatsen, waar men den vijand verslaan wil, ‘
j wat dan, als de onderwerping of pacificatie niet dadelijk volgt? Is het
i dan aan te nemen, dat wij ook het nieuw veroverde gebied zullen
moeten blijven bedwingen? M. i. niet. Zeer zeker zal niet dan ·
I met groote behoedzaamheid moeten worden gehandeld. Eerst wegen, °
dan wagen. Er staat thans te veel op het spel.
j Met het parool: vasthouden hetgeen wij thans hebben, krachtig `
optreden waar het voor dat doel noodig is, eene scherpe toepas- . _
sing van de scheepvaartregeling, humaan optreden, eene beschaafde ,
j natie waardig, ~ met dergelijk programma kan ik mij zeergoed .~
j vereenigen. ‘
l Tegen het denkbeeld van eene Staatscommissie, dat in het Voor-
[ loopig Verslag wordt aangegeven, die advies zou moeten uitbren-
j[ gen hoe men aan den Atjeh-strijd een eind zou moeten maken,heb
[ ik principieele bezwaren. Zeer waarschijnlijk vindt het zijn grond .
jj in gemis van vertrouwen in het beleid, waar reeds zooveel jaren,
ïï zonder het verlangde resultaat te verkrijgen,`zijn vervlogen en
als zoodanig zeker te rechtvaardigen. Doch wat is daarmede
ij thans te winnen? Ware door eene Staatscommissie een einde te
maken aan den strijd, wie zou haar dan niet toejuichen?
j Er is echter niemand die dat gelooft en de Minister heeft, m.i.
te recht, eene zoodanige verwachting eene illusie genoemd.
In de gegeven omstandigheden zoude eene commissie blijk geven
jl van groot wantrouwen in het beleid en de eerlijkheid van de
Indische Regeering, waarvoor geen aannemelijke reden bestaat of g
ï· wordt aangevoerd. Indien de Indische Regeering thans doelloos, _
zonder studie, zonder behartiging van ’s lands belang, ins Blaue . {
hinein, levens en geld oiïerde aan den strijd in Atjeh, en indien
Y daarvan iets gebleken was, zoude er sprake kunnen zijn van eene
commissie van enquête, thans niet.
F Ik vraag mij verder af, hoe de Staatscommissie tot haar advies ` ‘
E zoude moeten komen, hoe dat advies richtsnoer zou kunnen zijn l
¥ voor de gedragslijn der Regeering?
Zeer zelden komt het voor, dat commissiën ­- inzonderheid
, Stoatscoinmissiën - eenstemmig zijn. Veelal is er eene minderheid,
die zich schikt naar een soms zeer gerinwe meerderheid, van Q
C welk verschil dan gewoonlijk nog afzonderlijke nota's het gevolg
. zijn. Zonde zij ons een stap verder brengen? ‘
Onwaarschijnlijk is het zeker niet dat het met de Atjeh­commissie
eveneens zoo zoude gaan, zoodat ten slotte toch niet wordt
verkregen wat men zoude Wenschen. Eene Staatscommissie zal
~ . ‘ I.