HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 15

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 6.10 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

je
j 13
lichtschuwheid ons beheerscht, geen waarheids-vrees ons bezielt.
l En daartoe mede te werken kan het volk van u eischen als fi
‘ j een recht, en zult gij - naar ik hoop - u zelven opleggen als '
i een heilige plicht!
j Met dat doel mocht ik gaarne aan deze Kamer de volgende Motie jl
; in overweging geven;
. · M e T n E.
ll ,,De Kamer, overwegende dat de oorlog met Atjeh
als een nationale ramp moet worden beschouwd;
, `° _ Overwegende, dat het wenschelük is de natie in te
l lichten omtrent de beteekenis van dien oorlog voor Ne-
j derland en Nederlandsch Indië;
l Overwegende dat de herhaalde wisseling onzer ge- A
i · dragslijn in Atjeh, zonder dat in den loop van 2=ljaren
het einde van den oorlog is bereikt, de vraag doet rijzen, ?l
_ of het volhouden van den oorlog wel wenschelijk en ij
mogelijk is; _
Verzoekt de Regeering een onpartijdige kommissie te Qi?
benoemen, die binnen een jaar rapport zal uitbrengen
· over de moreele, politieke en finantieele gevolgen van
den oorlog sedert zijn aanvang; over de vermoedelüke Tij
‘ gevolgen der thans gevolgde taktiek en over de moge-
lijkheid en wenschelijkheid, den oorlog te beeindigen,
' met behoud onzer volkenrechterlijke stelling op Sumatra/’
{ Ik heb gezegd.
, De heer Pijnacker Hordijk: .................. ,
I Ook de Minister ziet in den millioenen verslindenden Atjeh-
krijg het groote kwaad voor de financiën in Indië. ,,Zoo­
j ~ lang" - zegt hij - ,,de Atjeh­oorlog voortgaat de groote
· I offers te eischen, die hij nu vergt en in het laatste 34-tal jaren
·‘ . · gevergd heeft, zal ten opzichte van de ophefüng van persoon-
lijke lasten waarschijnlijk niet zoover kunnen worden gegaan
als wel wenschelijk ware; zullen vele nuttige uitgaven achter-
i wege moeten blijven; zal op elk gebied groote zuinigheid moeten
` worden betracht."_ En iets verder laat hij daarop volgen, ,,dat
+ ter wille van de Indische financiën, zijns inziens, vooral ge-
streefd moet worden naar het beëindigen van den oorlogstoestand
; in Atjeh, die reeds zoo lang slepende is."
Mijnheer de Voorzitter! Die uitspraak zal zeker iedereen,
’ · die belang stelt in onze koloniën, van harte onderschrijven.
. ­ Zeker, er moet gestreefd worden naar een toestand van vrede in
‘° Atjeh - ter wille van de financiën, zooals de Minister zegt, maar
, ter wille ook van de vreedzame inlandsche bevolking op Java en
de Buitenbezittingen, die niet het minste belang heeft bij de uit-
breiding van ons; gezag op Noord-Sumatra, maar toch voor een