HomeAtjeh in de Tweede KamerPagina 11

JPEG (Deze pagina), 1.06 MB

TIFF (Deze pagina), 6.18 MB

PDF (Volledig document), 83.49 MB

{ log ten gevolge hadden. Wij willen slechts voorlezen, wat de Majoor A
l ~ Kielstra in zijn Beschrijving van den Atjeh-oorlog in deel I op l
blz. 27 schrijft: ‘
It, Kintsrnk. Beschrijv. v. d. Atieh Oorlog dl. I p.: 27.
,,Uit het medegedeelde kon de overtuiging worden geput, dat al
kwam het niet tot. openbaren oorlog, de Atjehers en de Nederlanders 1
in de laatste twee eeuwen steeds min ot meer vijandig tegenover 1
l elkander hadden gestaan. Ha-dden wij vooral te klagen over zee- `
en menschenroof, de onpartijdigheid gebiedt hierbij te voegen, dat J
de Aüehers óók vele redenen hadden om ons te wantrouwen. i
· ,,Zoo waren onze veroveringen op Sumatra’s Westkust aanvan-
l i niet anders dan vijandelijkheden tegen Atjeh, uitsluitend gepleegd
nl in het belang van het monopolie-stelsel der O.-I. Compagnie. En
i i ook in onze eeuw hadden de Atjehsche kooplieden rechtmatige grieven,
zoo om de kleingeestige vexaties (1) van ons tarief, als over wille- g
keurige handelingen der gouvernementsambtenaren. N
,,De gezagvoerders der kruisbooten veroorloofden zich vele ge-
‘ · * weldenariien ten koste der Atjehers; nog in 1834 of 1835 werden j
bv. in den omtrek van het eiland Pontjang, Atjehsche prauwen
_ aangehouden. ofschoon deze behoorlijk van passen voorzien waren, Q
· ‘ de opvarenden werden gedeeltelijk vermoord, gedeeltelijk gevangen "
gehouden. Inderdaad hebben zich in vorige jaren vooral de be- Q
manningen der kruisbooten, door de Nederl. vlag en door den ambts­ i
titel gedekt en onder den schijn van nauwgezette toepassing der
· bepalingen van het tarief, meermalen aan handelingen schuldig. ii
gemaakt, die weinig van zeeroof verschilden.
­ Er werden in ’t geheel geen pogingen aangewend om met Atjeh
op beteren voet te komen, en daar invloed te verkrijgen; het
eenige wat Atjeh van ons vernam, was de bevestiging van ons fi
gezag op Sumatra’s Westkust, welke het als een daad van vijand-
schap moest beschouwen". . lg
Wij hebben den oorlog gezocht, de aanleiding gegeven, de uitbar­
sting geprovoceerd. (2) Wat moet men anders dan oorlog verwachten `
‘ van eene zending, als die van den Vice-President van den Raad van ii
i Indië, een persoon die den Sultan antipathiek was, daar hij het
. tractaat van Siak had gesloten met een oproerigen vasal, waarbij
‘ ' den Sultan weer een stuk land werd ontnomen.
En deze moest aan den ouden Vorst van een land, dat gedurende
eeuwen zijne onafhankelijkheid wist te handhaven, aan den Sultan
( , van een volk dat geen enkel gezagduldde, den eisch stellen van
binnen 24 uur de Souvereiniteit van zijn erivijand den Koning der
Nederlanden te erkennen! De schepen lagen gereed, en ondanks de
tijd tot antwoorden aan den Sultan gelaten tot 29 Maart als ulti­
matum was vastgesteld, begon men reeds op 27 Maart de kust te
bombardeeren en de bevolking neer te schieten.
Op schromelijk lichtvaardige wijze is tot den oorlog besloten, op EE;
, onverantwoordelijke wijze was hij' voorbereid. Men kende Atjeh of
(1) Plagerijen.
(2) Uitgelokt. ,gg