HomeHet sociale vraagstuk en de Christelijke religiePagina 8

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 8.46 MB

PDF (Volledig document), 80.51 MB

j `.:. ij; .;;ïïï;ï;;;ïïiï;;2;; .;,r, -
j.
r
6 ;
te Geneve opgericht en, om nu het Christelijk terrein op I
, zijn breedst te nemen, aan wat van Bioomsehe zijde door kun- '
,, dige denkers als Le Play en Von Ketteler, door heel een reeks .
‘ van gewichtige Congressen in Duitschland, Frankrijk en België, en
j nn onlangs door Leo XIII in zijn encycliek voor de oplossing
der sociale quaestie gedaan is 3). Zoo valt ons optreden niet te
vroeg, maar eer te Zaai, en komen we achter anderen aan, waar
r vóórgaan ons mogelijk ware geweest. Of hadden niet reeds Bil- I
derdijk, Da Costa en Groen van Prinsterer, nog eer onder de 2
Christenen buitenslands een enkele stemme vernomen werd, óns l
op dezen socialen nood gewezen? Bilderdijk, die reeds in 1825 .'
de lagere bevolking toezong: i
X ’t Is armoê en verval waar ge in verkwijnt en zucht,
Daar weelde tergend brast van uwer handen vrucht ;
en die, in het aangezicht van dien nood, de valsche weldadig-
heidstheorie persifleerde, toen hij het oud­Liberalisme aldus ·
sprekend invoerde :
Ja, ’t land bezwijkt van de armen!
Naar Frederiksoord daarmeê, dan zijn we er van verlost.
i ’t Is rasphuisboeverij waarover we ons erbarmen.
Wien is ’t niet reeds te veel wat eerlüke armoê kost? i
n Zij hongeren, ja, ’t is waar, zü vinden niet te werken,
Doch waartoe zijn ze nut, zoo ’t werk voor hen ontbreekt? ‘
Waartegeiiover Bilderdijk dan, den vinger op de wonde leg-
gende, de Christenen tot boete opriep met dien snijdenden
’ aanhef van zijn snerpende Cprakeling:
j Wanneer een volk in zonden moet vergaan, _
Vangt in de Kerk de zielsmelaatschheid aan ‘·) j
· Vijftien jaren later geeselt Da Costa in zijn Lieclvan 1840 T
A even meedoogenloos de Plntocratie, de »oppermaeht van ’t geld”,
j j gelijk hij ze noemt, en teekent ons den socialen nood, die toen · L
_ te komen stond, en nu gekomen is, in deze tegenstelling: g