HomeHet sociale vraagstuk en de Christelijke religiePagina 77

JPEG (Deze pagina), 911.72 KB

TIFF (Deze pagina), 8.41 MB

PDF (Volledig document), 80.51 MB

.s.--.-. .._,. . we . .. .,,. .;..0. ,,~. ,,..,-. `,,.. ...- .. -....,»_;¢r. 1 . " -. ­»
l

75
tlesáine, Paris 1885. REUSS, La gyroslitulion 1889. RICHARD Lu pmszfiáztliwz
E Paris. Paris 1890, en voorts {de talrijke geschriften door het krachtig pi
initiatief van Dr. H. PIERSON hier te lande uitgelokt.
. , g’
i Bl. 39 n°. 89. Op dien grond, en op dien grond alleen, moet de koste- l
looze school, de schoolvoeding, schoolbaden enz. bestreden. Het is heel iets
anders, of aan de ouders, die geen geld hebben, geen geld moet verstrekt _,
­; om hen voor hun kinderen te doen zorgen; maar in geen geval mag door
Pl; den Staat de voeding en de opvoeding aan de ouders uit de hand genomen.
Dit verzwakt onze nationale kracht.
i Bl. 39 n° 90. Zie Gen. 3: 19. We1·ken dat het zweet er afdruipt, maar t`
dan ook brood aim.
z
_ ?
Bl. 40 n. 91. Zie Lukas 10:7.
t Bl. 40 n. 92. Zie Jac. 5: 4.
Bl. 40 n. 93. Zie Deut. 24 :5. .,
Bl. 40 n. 94·. Zie Deut. 24 : 14. k
i
I Bl. 40 n. 95. Zie Leviticus 19 : 13.
t,
Bl. 40 n. 96. Zie Mal. 2 ; 10.
j Bl. 41 n. 97. Ook de arbeid is een ordinantie Gods, die in de eerste
’ plaats beheerscht wordt door de vraag, als koedamg we den aröeider hebben 1
,_ _ te beschouwen. En dan luidt het antwoord: als een mensch naar den beelde L
Gods geschapen; met zonde behebt; bestemd voor een eeuwig aanzijn; en ,
, hier geroepen, om als man en vader in de maatschappij te staan, en met
ons de wisseling van ziekte en gezondheid, van jeugd, mannelijke krachten -
ouderdom te deelen. Kardinaal Newman en Leo XIII beamen dit terecht, en
Mr. van Houten’s c1·itiek toont wel, dat met deze gegevens alleen de zaak

l niet te regelen valt, maar bewijst geenszins, dat dit uitgangspunt niet goed l
. gekozen zou zijn. Eerst dan mogen we met het gebouw der maatschappij
vrede hebben, als het aan alle menschen een menschwaardig bestaan biedt_ .
'Tot zoolang vormt ze het voorwerp van onze critiek. Alleen zoeke men geen Q.
heil in geldelä/ce Staatshulp. Die blijft altoos beleedigend voor het men-
schelijk gevoel en verzwakkend voor onze nationale veerkracht. De hulp die 5
de Staat moet bieden, is een áetere wetgeving. Ten deele slechts zien de
onderscheidene soorten van Socialisten dit in. Cf. F. J. Ham, Das Recát U
F

ïl
.