HomeHet sociale vraagstuk en de Christelijke religiePagina 74

JPEG (Deze pagina), 1.11 MB

TIFF (Deze pagina), 8.49 MB

PDF (Volledig document), 80.51 MB

, ­­­-­­·­~«. ‘ ` ,,. · · ·.~ . " 2 ’ .. «· . y ‘· v·’ " ..; ,. ‘..v ¢.- ·.`. ·­> TX ___
'
2 72 . I
j alle mack! die over ra gesteld is onderdonzlo, en dat wel naar de Calvinisti-- j
j ` sche uitlegging, dat deze lijdelijkheid alleen in den eisch van Gods Woord
haar grens vindt. Want wel is naar Gods oeróovyen raad muiterij en j
opstand in de historie als een oordeel Gods opgenomen, maar zijn geopen­- H
.i li baarde wil laat nooit ongehoorzaamheid dan om zijnentwil en ook dan-
, J » nog nooit anders dan lijdelijk verzet toe. Onze vaderen legden er daarom
i ~ steeds nadruk op, dat de opstand tegen Spanje geen opstand van hel volk
` g g was geweest, maar een rechtmatige verdediging van het weerloos volk door {
j ‘ , de mcz_qisá2‘olus izzferiores. Zie C. POUDEROYEN (Voeti-us) Odi. over den Hei- W
lp 4 delöerjoscáen Oalecllésinus, Dordrecht 1662 p. 636 v.v., waar deze quaestie
j door korte vragen en antwoorden, in den geest onzer vaderen, duidelijk
wordt uiteengezet. ­
‘i i
Bl. 37 n0. 82. Uit Hand. 5; 4 blijkt dit duidelijk, waar Petrus zegt :· ·
* ,,XOo het gebleven ware, bleef het niet het uwe? En verkocht zijnde, bleef
;i· _ het niet in uwe macht?" Dit toch toont 10. dat Ananias nog eigen land--
/ i _ bezit had; 20. dat de verkoop er van niet verplicht was ; en 30. dat ook.
j· bij verkoop, het afstaan of niet afstaan van het geld, vrij bleef. Wat we A
Y in Hand. 3: 44, 45 lezen, is dan ook noch door Calvijn noch door eenig, Ii
jj, GCl`6fO1'II1`C€1‘t:i uitlegger van ,/gemeenschap van goederen" verstaan. Uit deze j
, Verzen kan alleen worden afgeleid: 10. dat de rijkeren een goed deel van- ·
· hun vaste goederen verkochten, om aan armere broederen een deel van de·
/ koopsom uit te keeren; en 20, dat de toen nog apostolische diaconale kas I
_ ‘ zóó gevuld werd, dat er van gebrek lijden voor niemand sprake viel. i.
Bl. 37 110. 83. Het is dringend noodig dat men ook onder ons Christe-
nen leere inzien, dat het absolute begrip van eigendom, dat vooral door
`_“, de Fransche Revolutie en de met haar verwante oeeonomische school zoo· p ,
Fi · Op de spits g6(l1'€V8D is, daarom nog volstrekt het ware en goede begrip
” van eigendom niet is. Tot dit inzicht nu geraakt men het best door aan
L de hand de1· historie na te gaan, hoe het begrip van eigendom alle eeuwen.
2 door en bij allerlei volken een gedurig wisselend begrip was. Hiervoor nu
j bevelen wij ter lezing aan CH. LELOURNEAU, 1L’Evolullon de lo Pïoprielé
Paris 2889, een degelijke studie, waarin een ethnologisch en chronolo-
' gisch overzicht van de regeling van den eigendom bij de onderscheidene
ë. volken en in de verschillende eeuwen geboden wordt. En is men door dit
· 5 C historisch overzicht dan tot de overtuiging gekomen, dat óns begrip van
eigendom lang niet het eenige novh het meest aantrekkelijke is, dan steile ·
men tegenover dit, uit het Romeinsehe recht ons toegekomen, begrip, het
’ begrip van de Heilige Schrift: God alleen Eloenaar omdat Hij alleen
" _ Schepper is, en wij ¢·enlnzeesle2·s van zijn goed, om terstond een niet s0ci­- _
ig i
l 2 l v