HomeHet sociale vraagstuk en de Christelijke religiePagina 58

JPEG (Deze pagina), 1.05 MB

TIFF (Deze pagina), 8.32 MB

PDF (Volledig document), 80.51 MB

E =ê
ig g .
B I?
fit i
‘ï; Z ‘ ·
lr; é
ij ` vooraf gingen, en de sociale misstanden, temidden waarvan wij zelven leven__
li i Natuurlijk waren de levensvormen toen anders, maar de tegenstelling was-
j" _ dezelfde, `en zoo de pers destijds reeds bestaan had, en organen dier pers
lj; T ons waren overgeleverd, zou men gansche artikelen zoo maar voor het
-- kopieeren hebben. De zedelijke stutten de1· toenmalige maatschappij waren- 4
X vermolmd en verrot, evenals nu. Toen is de Romeinsche, uiterst verfijnde
‘ beschaving, ten slotte ingezonken, en ook nu zal onze Westersche beschaving
jj ten slotte bezwijken, tenzij de Christelijke Religie, die thans een macht in e
gg het leven is, reddend tusschenbeide trede. Maar op zich zelf was het gevaar-
ti toen niet grooter dan nu; en als men zegt, dat de Volksverhuizing toen i
[ " toch aan het Romeinsche rijk den genadeslag toebracht, zij gevraagd of `
Ruslands opkomende macht en ten deele de Chineezen, die achter Rusland l
L schuilen, ons dan niets te zeggen hebben. Zie CHRISTOPHE, Proólèine de
jï Za misiëre, Paris 1851.
` j .
I ’ · ‘
;- l . .
` _? ` Bl. 15 n°.,‘2.2. Zie 1 Tim. 4 : 8.
lçi .
' j ` Bl. 14 n°. 23. Deze wreedheid is alleen daaruit verklaarbaar, dat de·
, wetenschappelijke en beschaafde lieden begonnen zijn met het geloof aan
r rv een leven na dit leven ee1·st te ondermijnen, en toen uit te roeien. Twiyfel
ä i is geen begin van geloof, en te spreken van een ,,hope der onsterfelijkheid"
< staat volkomen gelijk met het vernietigen van het geloof aan een eeuwig
aanzijn, althans bij de groote massa. Ik blijf dan ook mijn qualiücatie van
l l ` wreerl handhaven. Al gelooven toch de Socialisten zelven niet aan een
l . ° . .. .
- ï ; eeuwig leven, ze kunnen toch ook izet tegendeel niet bewijzen. En is het _
r · dan niet wreed; noem nu de eeuwigheid, om een concreten vorm te heb- "
r 4 . . . . .
l j Ji ben, eens duizend jaren; is het dan niet wreed, iemand te verlokken tot
i een jagen naar geluk voor, zeg, zeventig jaren, en hem dit te laten boeten _ .
met een rampzaligheid van 1·uim negen eeuwen? En wat zijn dan nog duizend
4 ë `aren zoo ge ze bezi t als maat voor de eeuwigheid? ·
E J D g b
< 1 #1 ,
l fi . . . . . . '
4 gj -, Bl. 15 n°. 24. Voor de uitdrukking zumke deins ik niet terug. 1)elrle1··
- j lige Schrift verbiedt ons, dit denkbeeld te laten varen. ,,En gij zult de ver-
, gelding der goddeloozen zien", zegt Psalm 91 : 8. Een gedachte zoo weinig
i vreemd aan wat Jezus ons in het Evangelie onderwijst, dat ook hij in zijn
§ { gelijkenis Lazarus het bange lijden van den rijken man zien laat; ja zelfs aan
den rijken man_ vruchteloos een beroep laat doen op Lazarus’ mededoogen,
· e om hem uit zijne pijn te verlossen.
. e.-
iä. W
- 1 · ïBl.· 15 n°. 25. Dat dit werkelijk in den Vadernaam ligt, blijkt uit
[ iw n Mal. 2 :-10- ïwaar de rofeet in den naam des Heeren vraagt: Heáóen
f, i 3 P D I/
T ii l
' é .
dl"
> is
`g @-« J ..r,