HomeHet sociale vraagstuk en de Christelijke religiePagina 56

JPEG (Deze pagina), 1.13 MB

TIFF (Deze pagina), 8.40 MB

PDF (Volledig document), 80.51 MB

êl····*"‘t****?‘·:"·ïev··r= ··­~
iê l . t
la
j _ ‘
.
` 54
jli nog een derde macht, die der van menschelijk toedoen onafhankelijke, nood-
j_ za/celü/chelol ; maar deze kan hie1· buiten rekening blijven, al staat het vast,
jj dat ook deze nooolzn/cclvj/cheiel, die meest het gevolg was van oorlogen, op-
·j standen en volksrampen, evenzeer met de zonde samenhangt. Maar wel
i moet hier op de beide andere machten gewezen, die aan het sociale leven
g richting gaven, t. w. de macht der usanáie en de macht der wel. In die
l . eerste macht nu vertoont zich de collectieve uiting van de nationale neigin-
jj gen; en in zooverre komt ze ongemerkt tot stand ; maa1· ook wordt ‘
»rVa aan die usantie zekere richting gegeven door de grooten en machtigen N U
der aarde op elk terrein, en niet minder door de denkers en de wijsgeeren,
die door hun inwerking op de nationale denkbeelden, allengs ook de natio­‘
ll nale neigingen wijzigen. Maar naast deze beide invloeden werkt niet min-
der op den socialen toestand de wetgeving van het land in, vooral in die ,
I staten en tijden, waarin de wet nog minder door den volksgeest, dan de j
volksgeest door de wet beheerscht werd. Juist daarom echter moet elke j
lr misgreep, die op dit terrein gedaan is, altoos uit de zonde verklaard, die l
l eenerzijds door haar verduistering van het verstand (in dwaling), en ander­‘ l
G zijds door haar verzwakking van onzen wil (in rechtstreeksche zonde) de
inwerking van onze mensehelijke kunst op de samenleving tot een vloek in `
; plaats van tot een zegen maakt. Men merkt dit dan wel niet dadelijk; en
g maar zelden gevoelen volksleiders en staatslieden te dezen opzichte genoeg
hun ontzettende verantwoordelijkheid; maar God brengt niettemin ook A
j hierin een rechtvaardig oordeel over de volkeren, die zelven oorzaak zijn dat
de mensehelijke kunst op sociaal gebied, deels tekort schiet en deels zooveel ,
j bederft, en dan ten slotte in de koorts der Revolutie herstel van kracht
j gaat zoeken. Cf. G. L. M. Moanan Cnmsrornn. Du problème de la misère ­·
al de sa solution, chez les peuples anciens el vnoclernes, 3 dl. Paris 1854. ,
l Q ‘
ij Bl. ‘l2` n°. 17. Eerst op dit standpunt begrijpt men de Fransche Revo-
jli lutie tegelijk in haar ontzettende noodzakelijkheid en in haar diep zondig
j` karakter. De staatskunst had metterdaad de natiën allengs op onbegaanbare
`G paden geleid, en aan de natuur der volken zulk een geweld aangedaan, dat
i reactie onverbiddelijk noodig was. Het moest toen buigen of barsten. De
, toenmalige staatskunst moest zich bekeeren van haar onnatuurlijken weg en l
` aldus uit eigen beweging lucht in den benauwden kring scheppen; of wel `
` het weefsel der staatskunst moest aan flarden gescheurd. De natuur reageert
·altoos waar valsche kunst haar poogt te dwingen. In zooverre kon destijds
j eçn geweldige uitbarsting niet uitblijven, en is in de Fransche Revolutie
i metterdaad een rechtvaardig oordeel Gods gekomen over hen, die misbruik
l 1 ‘ hadden gemaakt van het hun toevertrouwd gezag en vermogen. Maar dit g
L j vermindert in niets het diep zondig karakter dezer Revolutie, in zooverre
M
ll
lr