HomeHet sociale vraagstuk en de Christelijke religiePagina 42

JPEG (Deze pagina), 1.11 MB

TIFF (Deze pagina), 8.47 MB

PDF (Volledig document), 80.51 MB

..+¤l*" ;;,fïk..:~ .;?, ; Q§.;;§ ;::;;~·: :; ..; gw i _.
Fw-? 1
Fl ll
· _ 40
X meesten onzer dit lijden yerseenhy/e niet, moet het ons dam
4 11iet drukken om onzer broederen wil? Mogen we dan aflaten,. .
, om, met Gods /Voord in de hand, een vernietigende critiek
# l op zoo ongezonde samenleving uit te oefenen? Ja, moogt ge-
dan rusten zoolang die samenleving, nu nog afgezien van Staats--
; , hulp, niet weer naar Gods Woord hervormd is. Den werkman
als »een stuk gereedschap’° te misbruiken, is en blijft een aan-- J,
i randen van zijn mevzseáemvearcle. Sterker noch, het is een zonde _ A
l‘ , rechtstreeks ingaande tegen het zesde gebod; »Gij zult deir
V arbeider ook maatschappelijk niet dooden" 97).
Ten slotte ook over die Staatshuäv, als laatste meer con­­· 4
li creet punt, nog een kort woord. God de Heere stelde ook ` '
[ voor de roeping van de Overheid wel terdege een grondregel-
O De Overheid is er, om zijn recht op aarde te bestellen en
,l‘. dat recht te handhaven. Alzoo ligt het niet op haar weg, om
n de taak van huisgezin en maatschappij over te nemen. Daarvan gt
* houde ze haar hand terug. Maar zoodra er uit de aanraking
I ` der verschillende levenskringen botsing ontstaat, zóó dat de ééne
l ~ kring het van Godsvvege aan den anderen kring toekomende
i erf te na komt of aanrandt, dan is het de van God gestelde
roeping der Overheid, dat ze week! voor willekeur doe gelden,
en het vuistrecht van den sterkste der twee terugdringe door vl
l . het recht onzes Gods ever öeiclevz. Wat ze dus in geen geval
jl doen mag, is zulk een rechtsverzekering aan den éénen kring gx
1 te gunnen, om aan den anderen kring gelijke rechtszekerheid-
J te onthouden. Een Wetboek veer dee Hamiei, ik blijf bij wat W
ik in 1875 in de Staten­Generaal sprak, roept om een Wetboek.
li ook veer dev Aráeéd 98). De Overheid helpe den arbeid aan-
_ recht. Ook voor den arbeid moet de mogelijkheid geboren, dat t
l hij zich zelfstandig organiseere en voor zijn rechten kunne op-·
l komen. En wat nu die andere Staatshulp aangaat, die in het
. pbedeelen niet van ree/H, maar in het bedeelen met geld, onder
allerlei vorm en voorxvendsel, bestaat, zeker ook die hulpe is I
lg i ­ in Israëls wetgeving niet buitengesloten; maar toch ze is er
_ tot een minimum beperkt; en daarom zeg ik, tenzij ge den lj,
LF