HomeHet sociale vraagstuk en de Christelijke religiePagina 33

JPEG (Deze pagina), 1.07 MB

TIFF (Deze pagina), 8.40 MB

PDF (Volledig document), 80.51 MB

31 ‘ l
- breken zou, de bedenking namelijk, hoe ik de Sociaal­demo­
oratie een crack! der Fransche Revolutie kon noemen, en toch
tegelijk kon beweren, dat ze tegen het beginsel der Fransche i
Revolutie gekant is. Immers die schijnbare tegenstrijdigheid spruit i
hieruit voort, dat het individualistische karakter der Fransche Re-
volutie slechts een afgeleid beginsel, niet het wortelbeginsel is,.
‘ waaraan ze haar drijfkracht ontleent. Dat wortelbeginsel toch is
Q voor de Fransche Revolutie haar Godtergend ni Dieu, ai maëire, of`
l . wilt ge : ’s menschen emancipatie van God en van de door Hem
i gestelde orde. Uit dit beginsel nu loopt niet één lijn, maar-
* loopen twee lijnen. Eerst de lijn, waarlangs ge er toe komt,.
F om de bestaande orde van zaken af te breken, en niets te laten _
. staan dan het individu met zijn eigen wilskeus en ingebeelde
· oppermacht. Maar daarnaast loopt ook de andere lijn, aan
wier einde ge verlokt wordt, om niet alleen God en zijn orde- A
,. opzü te schuiven, maar ook, om alsnu., u zelven vergodend,.
zooals de profeet zegt, te gaan zitten in Gods szfoel, en uit uw i
eigen brein een vzéeawe orde eau za/een te scheppenn En dit "
l` laatste nu doet de Sociaal­de1nocratie. Maar dit doende laat .
ze zoo weinig het individualistisch uitgangspunt los, dat
I veeleer ook onder het sociaal gebouw, dat zij wil optrekken, nog
altoos, om een beeld aan onze Amsterdamsche bouwwereld
i te ontleenen, door het algemeen stemrecht de palen van de
jl volkssouvereiniteit, en dus van devz mdividaeelea wil, geheid
i worden 73). ,
Doch dit slechts in het voorbijgaan. De vraag toch die
thans al onze aandacht vergt is: We//ce houding de óelzjders
der Oáristelijke Rehyie tegqwzover deze socialistiscáe öezoegivzy
keöáevz aan te aemen.
En dan moet zeer zeker de ontreddering van ons maat-. .
schappelijk leven en de daaruit voortgevloeide nood, óók onze _·
diepe oatfermmq gaande maken. We mogen niet als de Pries-
l ter en de Leviet bij den uitgeputten reiziger, die uit zijn f
j wonden ligt te bloeden, voorbijgaan, maar moeten als de W
I) öarmka¢·zfé_qe Samarézfaan, door een aandrift van goddelijke ont-. _ ` j
I x
n
j .
(