HomeHet sociale vraagstuk en de Christelijke religiePagina 22

JPEG (Deze pagina), 1.12 MB

TIFF (Deze pagina), 8.65 MB

PDF (Volledig document), 80.51 MB

F F" “ """"°""’ ' ‘*`·* ·‘ ··~‘­~e ‘*·=
' ""' ”°‘ “ " "ï ’ `
xl, I
ii i
ï l
ii ’ 20 `
vrijen wil van het individu een gekunsteld gezag op te bouwen, ‘
· dat wonderwel geleek op dien steiger, die, uit losse binten en
planken ineengespijkerd, bij den eersten stormwind, die opstak,
in kraakte en naar omlaag sloeg. Had de Christelüke religie ons
t het leven op aarde als onderdeel van een eeuwig bestaan leeren i
` begrijpen, - de Fransche Revolutie loochende en bestreed al wat
i buiten den gezichtskring van dit aardsche leven viel. Sprak
de Christelijke religie van een verloren gelukstaat, een staat
' van reinheid waaraan we ontzonken waren, en riep ze deswege
tot ootmoed en bekeering op, ~ de Fransche Revolutie zag in [
den natuurstaat den normaalanenschelijken maatstaf; prikkelde
. ` onzen hoogmoed en stelde voor bekeering liöeraliseeiciiig van F
ii " ’s menschen geest in steê. Meer nog, had de Christelijke
i Religie, als vrucht van goddelijke ontferming, de ontferming
j eener uit God gewelde liefde de wereld ingedragen, - de "
l Fransche Revolutie stelde daartegenover het egoïsme van den om 5
i bezit worstelenden hartstocht. En, om op het eigenlijke punt te i
l komen, waarin de hartader der sociale quaestie schuilt, had
de Christelijke religie de persoonlijke menschelijke eere in
il de sociale samenbinding van een organisoh­samenhangend maat-
i schappelijk leven gezocht, ~ de Fransche Revolutie verstoorde
, l dat organisch weefsel, verbrak die sociale banden, en hield ten
slotte, in haar atomistisch knutselwerk niets over dan het eenzelvig,
l zelfzuchtig en voor zijn zelfstandigheid opkomend individu *2).
j _ Hiermeê nu was de teerling geworpen. Het kon toch niet
5 anders, of uit deze loswoeling van al wat ons menschelijk E
i leven in nienschelijke eere saàmbond, moest met ijzeren nood-
: wendigheid, én een diepgaande sociale iiooel, én een wijdvertakte
il sociaal-clemocmliscle öeioegiizy, én ten slotte veor alle volk en
J, natie een uiterst netelige sociale gaaeslie geboren worden. Ik i
ontken daarmeê niet, dat de toepassing van den stoom op j {
het werktuig, de snellere gemeenschap tusschen land en land, j
I _ en evenzoo de sterke toeneming der bevolking, mede op de ,
" verslechtering der sociale verhoudingen inwerkten *3) ; maar wat ik j
i i staande houd is, dat noch de sociale quaestie, die thans twee
l è