HomeHet sociale vraagstuk en de Christelijke religiePagina 15

JPEG (Deze pagina), 1.05 MB

TIFF (Deze pagina), 8.43 MB

PDF (Volledig document), 80.51 MB


`
1
2
13
que Zes plas forás memgemf Zes plus faiöles ii), hebben de ster-
keren, bijna als vaststaanden regel, alle usantie en alle magistrale
ordinantie zóó weten te buigen, dat hunner het profijt en voor
den zwakkeren derschade was. Niet als de kannibaal zette men
den tand in elkanders vleesch, maar de machtigere mergelde
den zwakkere uit door een wapen waartegen geen verweer
was. En waar de magistraat als dienaar Gods nog voor
den zwakkere opkwam, wist de machtigere klasse der maat-
schappij welhaast zulk een overwegenden invloed op het
‘ staatsbestuur uit te oefenen, dat de Overheidsmacht die den
zwakkere had moeten beschermen, een instrument tegen hem
_ werd *8). En dat niet omdat de machtiger man in zij11 hart
K slechter was dan de zwakkere; want nauwlijks kwam er een
l uit de lagere klasse naar boven, of hij deed op zijn beurt
' even hard, ja, nog harder, aan het goddelooze onderdrukken
van zijn vroegere standgenooten mede. Neen, de oorzaak van
. het kwaad lag daarin, dat men den mensch beschouwde als .
afgesneden va.n zijn eeuwige bestemming, hem niet eerde als
naar den beelde Gods geschapen, en niet rekende met de
i majesteit des Heeren, die alleen machtig is, om een in zonde
5 verzonken geslacht, door genade, in toom te houden. En zoo nu
Q is reeds vanouds die ongerechtige toestand geboren, waarvan de
j Prediker zoo roerend klaagt: >>Ik zag aan alle de onderdrukkin-
{ _ gen, die onder de zon geschieden, en zie, er waren de tranen der
‘ verdrukten, en aan de zijde hunner verdrukkers was macht;
maar áaddevz tqaenen i¢·00siw·” *9). Een toestand als toen
Náboth vermoord werd, opdat lzébel zijn akker het konink-
lijken park van Achab zou trekken. Of wilt ge: een staat van
zaken door onzen Heiland in den rijken man en den armen _
Lazarus voor altoos gebrandmerkt; en waartegen Jacobus zijn
apostolischen banvloek slingerde, toen hij schreef: >>Welaan nn,
gij rijken, weent en huilt over uwe ellendigheden die over u
komen zullen. Zie, de loon der werklieden, die uwe landen ge-
maaid hebben, welke van u verkort is, roept, en het geschrei
;lg_§äikBl'€ dlG1'CIl (16 ZW3l(lï8)I6 Opütêll.
-,_,_.______,,__ ,... AA , . _ ‘ {__ Y P