HomeHet sociale vraagstuk en de Christelijke religiePagina 14

JPEG (Deze pagina), 1.08 MB

TIFF (Deze pagina), 8.43 MB

PDF (Volledig document), 80.51 MB

.m,;., . .. `>.Y . _._. ,
1
lr
t , 12
j de Overheid. Immers al is het volkomen juist, dat de sociale
quaestie in engeren zin slechts bij groote tusschenpoozen aan de
F orde komt, en velen hierdoor in den waan verkeeren, alsof de in-
i_ menging van de Overheid in het sociaal probleem een nieuwigheid
. van onzen tijd ware, toch is er feitelijk in geen land ter wereld ooit
` eenige Overheid geweest, die niet op allerlei wijze én den
_, f gang van het maatschappelijk leven én zijn verhouding tot
* W het stoffelijk goed beheerscht heeft. Ze deed dit door velerlei F
bepaling van het burgerlijk recht; ze deed het door het han-
O delsrecht; zijdelings ook door haar staatsrecht en strafrecht; l
en wat de verhouding tot het stoffelijk goed betreft, meer
bijzonder door het erfrecht, het belastingstelsel, door de rege- ·
ling van uit- en invoerrechten, door hare bepalingen voor koop en j
i huur, door haar agrarische regeling, haar koloniaal beheer, haar V
muntregeling en zooveel meer. Van een vrije geheel instinctieve
ontwikkeling der maatschappij is in geen rijk van hoogere
nationale ontwikkeling dan ook ooit sprake geweest. Men-
schelijke kunst heeft allerwege de ontwikkeling der na-
tuurlijke krachten en verhoudingen aan zich onderworpen. 4
Maar al moet nu dankbaa.r erkend, dat deze inmenging van het
O menschelijk beleid, ons, in het algemeen gesproken, uitde
A toestanden der barbaarschheid in een toestand van geordende ‘
j, saamleving heeft overgebracht; ja, al mag en moet toegegeven, l
dat zekere doorgaande ontwikkeling der saamleving het geloof
t` sterkt aan hooger Providentieel bestuur ; toch valt het geen oogen-
i_ blik te betwijfelen, of deze inmenging heeft, veelszins van omcare
beginselen uitgaande, alle eeuwen door toestanden die gezond
i hadden kunnen zijn, mggezmzcl gemaakt ; veelszins onze onder-
. linge verhoudingen veljqlflzyel; en namelooze elleazele te weeg
gebracht, waar het yelzlle en de eere der natiën aller staatskunst’s
il doel moest zijn 17).
j De niet weg te nemen ongelijkheid tusschen mensch en
mensch gaf den sterkere een overwicht over den zwakkere,
jj i en als gold het geen menschelijke samenleving, maar een sa-
I menleving van dieren, in wier wereld de vaste regel geldt

i` r