HomeSeparatie en DoleantiePagina 57

JPEG (Deze pagina), 1.12 MB

TIFF (Deze pagina), 8.19 MB

PDF (Volledig document), 78.40 MB

’‘‘‘ j
l el
1<nm<1zrcn1·nL1JKr: envoreniv mm notmmrn. 55
gegeven stipulatiën alleen te laten gelden voor het instituut
in dien vorm, waarin dit bestond, toen hij zijn stipulatiën gaf. Y
j Bezat hü nu formeel het recht, om, zoo hem dit goed dacht, H
zijn band met dit instituut te verbreken, ook al ware dit gebleven i
j wat het was, dan mag wie het meewlere kan doen ook het j
j mindere ten uitvoer brengen, en is hij dus kerkreclitelijk ook r
[ bevoegd om, zoo het instituut amlers wierd dan het was,
l züne stipulatiën als vervallen te beschouwen. Verklaart dus
E iemand feitelijk, stilzwijgend, in woorden of schriftelijk, dat =
hij voortaan niet meer als lid van het instituut in deze nieuwe i Vl
lj gestalte wil beschouwd worden, dan moge de kerkeraad hem
j daarom niet opgeven, en hem vermanen, ja dringen de g
j ` liefde Gods; maar dit alles neemt niet weg, dat wie niet langer
_ tot, deze vzemmlevde geïnstitueerde kerk wil gerekend worden,
j er ook niet langer toe behoort als lid der kerkrechtelijke t
A gemeenschap; en dat de kerkeraad op den zoodanige elk recht
van kerkelijke gezagsuitoefening heeft verloren. Dit kan en · i
mag niet anders voorgesteld, omdat elke andere voorstelling _
·de Hlibertas Christiana" vernietigt, en onverbiddelijk den
_ Hoomschen weg opdrijft. En zoo_is dan de wederzijdsche ver~ _J
houding deze, dat de kerkeraad een ieder die lid was op het
·oogenblik der reformatie zijnerzijds als lid in de gemeenschap
Q moet toelaten, behoudens zijn recht van en plicht tot schorsing
-·en uitbanning; maar dat elk lid van het instituut voor zich 1
formeel in rechten de bevoegdheid heeft, om, na de tot stand · - j
-gekomen reformatie, zijn gegeven stipulatiën als vervallen te
beschouwen, en zich niet langer als lid dezer veranderde geïn­ ,_
stitueerde kerk te gedragen. Iets wat a fortiori ook van de ·
A. . ambtsdragers geldt. i
Het was daarom juist gezien, dat de Doleerende kerken niet
tot schorsing of ontzetting zijn overgegaan van die ambts-
dragers, die feitelijk hun stipulatiën terugnamen en de gemeen-
schap met het instituut af braken. Het was Gereformeerd ge- ¤
handeld, dat ze zich onthielden van kerkelijk gezagsvertoon `
tegenover die leden van het instituut, die duidelijk te kennen
gaven dat zij zich uit het instituut terugtrekken. En het was H
evenzoo practisch juist gehandeld, dat men de leden uitnoodigde
··door persoonlijke verklaring zich uit te spreken. Want wel