HomeSeparatie en DoleantiePagina 55

JPEG (Deze pagina), 1.08 MB

TIFF (Deze pagina), 8.15 MB

PDF (Volledig document), 78.40 MB

Kn1rKnmoH1‘nLrJKE envotenn mm nornaivrrn. 53
kel recht, om personen, die eenmaal door belüdenis en stipulatiën
als leden der geïnstitueerde kerk erkend waren, ter oorzake ` F
der rrformatie als wieàleden te beschouwen. Zelfs wat het e .
heilig Avondmaal aangaat moest hij als toegelaten tot
het heilig Avondmaal blijven erkennen, al wie zfoegelaiew _ _
was. Wel behield hij het recht, ja, rustte in verhoogde 7
mate op hem de plicht, om leden die in strijd met de sti-
pulatiën verkeerden of handelden, onverwijld te schorsen in de J
uitoefening van hun rechten of ook uit de geïnstitueerde kerk 1
uit te bannen; maar ook dan worden deze geschorst en geban­ t
Y nen als zwmle leden, en dus qualizfaäe gm?. ‘
j Evenzoo stond het met de ambtsdragers. Wie een ambt in j
2 de geïnstitueerde kerk bekleedde, bleef in dat ambt ook na de {
reformatie, zoolang totdat hij dit of vrijwillig neerlegde, of
.@ er uit ontzet werd.
li En niet anders eindelijk was het met ,,titel” en ,,eigendoni” `
gelegen. Het instituut bleef zijn titel van ,,Nederduitsche Ge-
reformeerde kerk” behouden, en veranderde het Herzwrmrie
‘ alleen daarom in ,,Gerefor1neerde=' omdat de kerkenordening alleen
1 p den titel van ,,Gereformeerde” kent. Waar men in het bezit van jj
` het goed was, mocht men dus ook het goed van het identiek i
gebleven instituut niet prijsgeven, dan op last van den rechter;
en, ook waar men dit op last van den rechter opgaf, mocht _
men dit nooit doen dan onder uitdrukkelijk voorbehoud van al
zijn rechten; om de eenvoudige reden, dat een instituut, dat
hetzelfde blijft, ook als eigenaar zich in gelijken zin als voor
de reformatie moest blijven gedragen. j
- . In de tweede plaats was een kerkrechtelijk gevolg der refor-
matie van het instituut, dat door die daad zelve het kerkver­ j
band met andere kerken, voor zooveel dit uit de organisatie van
1816 voortvloeide, te eenenmale verbroken was, en daarentegen
het kerkverband met alle kerken, die uit kracht der nog onge·
broken geldigheid van de Dordtsche kerkenordening handelen
gingen, e0 ipso vastlag. Rechtens kon wel de eisch tot kerkverband ’
aan alle kerken, die ooit onder deze kerkenordening gestaan
hadden, gesteld, maar feitelük kon er geen ander kerkverband
werken, dan met de kerken, die eveneens haar instituut refor-