HomeSeparatie en DoleantiePagina 54

JPEG (Deze pagina), 1.10 MB

TIFF (Deze pagina), 8.15 MB

PDF (Volledig document), 78.40 MB

‘ I ~"*"""""*"*" ‘··‘·`~ ·~ -·­- · ­ ~ ­ ­ · a `T Z"T.` .*..­w...­­..
52 r<mu<nEc1m·nLiJKn GEVOLGEN mm DoLnANT1n.
er
heid dit weigert te erkennen is de vraag niet; evenmin of
de rechter weigert den burgerrechtelijken eisch, die op grond
van deze identiteit van instituut wordt ingesteld, ons toe te
wijzen ; en veel minder nog of de Synodale organisatie, met
welke de breuke plaats greep, deze identiteit volstrekt loochent
irl en ons als scheurkerk diifameert. De vraag of het instituut der
4 - doleerende kerk nog hetzelfde is als vóór de Doleantie kan en
mag in kerkrechtelijken zin, omdat de te reformeeren kerk
een ,,Gereformeerde// was, niet anders dan uit de beginselen
van het Gereformeerde kerkrecht beantwoord; iets wat voor ons
’ gelijk staat met een beslissing uit Gods Woord, naardien wä K
j erkennen en belijden dat deze beginselen uit Gods Wo01·d ge- j
‘ nomen zün. Staat het nu op grond van Gods VVoord en uit j
kracht van die beginselen vast, dat de kerk in haar eenheid
. H nooit anders dan plaretselvyïc kan zgn ; dat van elke kerk de
plicht tot reformatie, zoodra ze gedeformeerd wierd, onafschei-
I delijk is; en dat de verplichting tot reformatie van het instituut
j wel in de eerste plaats op de voorgangers, maar, zoo deze stil-
, zitten, ook op de ,,geloovigen” rust; - dan is het kerkrechtelijk
i hiermeê op Gereformeerd terrein boven allen twijfel verheven, T
je dat reformatie de coutinuïteit van het instituut niet breekt; ~ `
en alzoo, deze continuïteit niet gebroken zijnde, het instituut
in zijn wezen identiek is gebleven. En is dit zoo, dan ligt hierin
opgesloten, dat elke doleerende kerk, die zich gedraagt en aan-
stelt als ware ze een nieuwe formatie, hiermede haar eigen
Y daad te niet doet ; en kan er dus niet genoeg op gewerkt, om het
besef levendig te houden, dat de geïnstitueerde kerk van vroeger
i_ nog altoos dezelfde is, als die waarin men eertijds leefde.
Hierin nu ligt tevens, dat de reformatie van het instituut
niet anders mag opgevat dan als een reformatie van het ge/Eeele _
i instituut; en zulks wel in dien strengen zin, dat het geheele in-
stituut, gelijk dit op dat oogenblik bestond, van onder de organisa-
i tie van 1816 geáeel is uitgebracht en daarrneênieás meer uitstaande
‘ heeft. Stel dus, een geïnstitueerde kerk had op den dag, waarop men
tot reformatie overging, 10,000 leden, dan moest, hetzij de
reformeerende hetzij de nieuw opgetreden kerkeraad, ook deze
10.000 leden, voor zooveel hem aanging, in de gezegende ge-
‘ volgen der reformatie laten deelen. Hij, als kerkeraad had geen en-
<
nen is i ., -1, s