HomeSeparatie en DoleantiePagina 53

JPEG (Deze pagina), 1.13 MB

TIFF (Deze pagina), 8.15 MB

PDF (Volledig document), 78.40 MB

r g er r r r ‘· = B dit B X
l KERKRECHTELIJKE envomnn DER normnrrin. 51
Geheel anders daarentegen staat het met de kerkrechtelgke ,
» gevolgen der Doleanáie. Bg de bespreking hiervan ga ik uit
van de navolgende onderstellingen: l°. dat zg die ten deze
gehandeld hebben, handelden in hun qualiteit van leden eener lg
geïnstitueerde, maar in allerlei opzicht diep bedorven kerk ;
a en wel óf als ,,kerkeraadsleden", óf als ,,geloovigen/' in if
X- kerkrechtelgken zin, en dus in het laatstgenoemde geval na
"‘ oproeping van alle nog belgdende ,,leden der geïnstitueerde
j kerk//. 20 Dat de handeling als zoodanig bestaan heeft in het
ambtelijk, krachtens rechten en bevoegdheden uit het instituut
. der kerk voortgevloeid, declareeren, dat de vvettelgk nooit af-
jj; geschafte kerkenordening van 1619, wier Werking tijdelijk door
een onbevoegde macht gesuspendeerd was, alsnu weer in wer-
jj king trad. En 30 dat dit in werking zetten van de eenige nog Y
altoos geldende kerkenordening aan de Overheid des lands ge-
Wj meld is, en de maatregelen genomen zgn om bg het woord de
lj _ daad te voegen. Hiermeê beweer ik dus niet, dat overal juist
en goed is gehandeld; en vvil zelfs aannemen dat er gevallen I
aanwgsbaar zgn, Waarin de institutaire band door onbedacht­ j
' zaamheid is doorgesneden ; maar bg de kerkrechtelgke gevolgen l
der Doleantie komen deze exceptiën niet in aanmerking. Dit il
zgn onregelmatigheden, die in elk bijzonder geval afzonderlijk
moeten beoordeeld worden. Bepaal ik mg alzoo tot het normale ·
verloop, dan heeft men drieërlei gevallen te onderscheiden: 1°. j
het geval van geïnstitueerde kerken, waar de kerkeraad van
J het instituut, bg kerkeraadsbesluit, tot reformatie overging, gelgk l
i te Voorthuizen, Rotterdam en elders; 2° het geval van gein-
stitueerde kerken, waarin kerkeraadsleden handelend optraden,
' maar zonder dat de kerkeraad als college medevverkte ; en 3° ll
het geval van geïnstitueerde -kerken, waarin noch de kerkeraad l
` V noch eenig kerkeraadslid den stoot gaf, maar de ,,leden” der
kerk handelden krachtens het kerkrechtelgk ambt der ygeloo-
vigen/’ Wat nu de hoofdzaak betreft zgn de rechtsgevolgen
· van deze daad in kerkrechtelgken zin voor al deze drie gevallen
_ . dezelfde, en komen ten principale neder op deze drie.
Ibn eerste is de geïnstitueerde kerk in Doleantie hetzelfde vï
kerkelgk instituut gebleven als vóór de Doleantie. Of de Over- l