HomeSeparatie en DoleantiePagina 52

JPEG (Deze pagina), 1.12 MB

TIFF (Deze pagina), 8.15 MB

PDF (Volledig document), 78.40 MB

e . i .
g@W0¤<-J Vereeïliging zich door een speciale wet te laten er-
kennen, óf wel als ,,kerkgenootschap” op te treden; iets wat »
onze vaderen niet hebben gekend. Hierbij koos men het laatste;
en had men zich hierbü bepaald tot de ,,plaatselijke kerken"
afzonderlijk, dan ware er minder gevaar geweest. Maar ach-
· tenle dat het toch ook wenschelijk was, om óók als ybond van l
kerken" erkend te zijn, ging men er toen te kvvader ure toe
li over, om alle kerken saam als éen berlcgenootsebap aan te dienen,
waarvan de golaatselljbe berken sleebts de gesplitste onderdeelen zonden j
jj? Immers eischte de wet van 1853 dat men de leden en het I
" bestanr van dit landsgenootschap zou aanwijzen. En zoo kwam . »
` toen het reglement van 1869 in de wereld, dat de leden der
; ! plaatselijke kerken met inbegrip van de gedoopten, tot leden
van bet ée'ne groote landsgenooisebap maakte, en werd men al.zoo,
geheel in strijd met den geest en de beginselen der aloude
lj Gereformeerde kerkenordening, zonder bet te weten of te bedoe­
len, in dit opzicht collegiaal. i _
j Deze stap volgde intusschen niet uit het beginsel der Schei­
ding, maar draisebte er tegenin. Niet alsof men plaatselijk in een
. ,,kerkelijke kas" of soortgelijke vereeniging een redmiddel had '
j moeten zoeken. Wie met het instituut gebroken had, en als
nieuw instituut was opgetreden, kon zich zeer wel als nieuw
plaatselijk instituut laten erkennen. Dit lag zelfs op de lijn
der Scheiding. Maar nooit had men bij de Overheid als bond
Q van kerken een andere erkenning mogen zoeken, dan op den
j grondslag van het zelfstandig bestaan der golaatselg/ee berken als J
kerkgenootschappen, in den zin der Wet van 1853. Of de Over- A
heid hiervoor een vorm zou hebben kunnen vinden, is een vraag
j die thans niet kan beantwoord. Slechts sta vast, 10 dat een nieuw
j geformeerde kerk de lijn der Scheiding niet verlaat door zich
j gotaatselljb als kerkgenootschap aan te dienen; en ten 2° dat ‘
j men door alle plaatselijke kerken individueel in één kerk op v
` te smelten en als één kerkgenootschap in den zin der wet
van 1853 te laten erkennen, bet beginsel zelf van de Sobeidtng ·
prljs geeft. Het beginsel der Se/zeidéng toch was niet een actie van _ ,
boven af, maar een actie uit de plaatselqbe lcerben; en wel deze _
U actie geleid in gehoorzaamheid aan de kerkrechtelijke beginselen,
gelijk die in de kerkenordening van 1619 belichaamd waren.
a..,,.,TAv~.a~.=.e.a..,»........,., ,...;.4.* - . l " ’ ` ‘ "