HomeSeparatie en DoleantiePagina 40

JPEG (Deze pagina), 1.07 MB

TIFF (Deze pagina), 8.23 MB

PDF (Volledig document), 78.40 MB

«J‘ .
{fr
F , lj .
p 38 snramrrrsrirn. jf
maar op den vollen eisch der beginselen af te dingen, toch blijve
,, ook hierin alle geestelijke preutschheid verre van ons. Ook in
de lödê eeuw zijn door tal van kerken soortgelijke verzuimen
begaan, zonder dat onze vaderen er ooit aan gedacht hebben,
.i deswege elkanders doen te bedillen, of in het uitzijgen van
· kerkrechtelijke muggen hun kracht te zoeken. Ze namen de
« dingen gelijk ze waren, een iegelijk voor zijn eigen conscientie
j . J stellende, en voorts gingen ze studeeren, onderzochten de dingen, ‘A
li dachten ze door, en zochten zoo door inspanning van vereende ii
lt; krachten de kerken in zuiverder spoor te leiden. j
Slechts éen ding mag niet toegelaten; er mag namelijk ‘j
rt nooit worden gezegd, dat de reformatie door breuke met het
bestaande en oprichting van een nieuw instituut, óf de eenig
ii V goede óf de meest voor de hand liggende is. Dit toch ware ‘
geen Separatie, maar scpcmrzëisme in ongeoorloofden en sektari- jj
J sehen zin. Maar zoo is dan ook door de kerken van 1854
niet geoordeeld. lntegendeel, deze kerken hebben op haar Sy-
jj node, in 1889 te Kampen gehouden, duidelijk uitgesproken, i
dat ze ook die Nederduitsche Gereformeerde kerken, die door
reformatie van het instituut zelve ontstaan waren, als %:erkea j‘
C/Lrisfi erkenden. Hiermee was de deugdelijkheid ook van dezen
ouden weg tot reformatie alzoo buiten quaestie gesteld. En 1
nog sterker geschiedde dit, toen er geen verzet gehoord wierd
Q tegen het d91]l{D€€ld­.B8llk€T, om ook voortaan in al zulke
steden of dorpen, waar reeds een nieuwe kerkformatie geïnsti­ i
i tueerd was, een reformatie van het mede instituut te erkennen,
mits die door dan /ce1~/verand tot stand wierd gebracht. ,
X Slechts dient tegen deze laatste beperking om des beginsels
ig j wille geprotesteerd. Deze beperking toch gaat uit van het JV
denkbeeld, dat de verplichting tot reformatie van het instituut, F
waarin men leeft, wel op den kerkeraad rust, maar niet, zoo
j de kerkeraad stilzit, op de ,,geloovigen.” En dit nu kan
en mag op Gereformeerd terrein nooit toegegeven, omdat men
jij E Mcrwzeä op {Ze Roomscáe Zvjn overgaazf, die een andere reformatie
Q van het instituut dan door de öooftlerz niet toelaat. Zulk v
een beperking ware de schrapping van het ambt der geloovigen;
een vernietiging van het beginsel van Gereformeerd kerkrecht ;
i en een weer inhalen van de clericale afdoling.
J.”...-...-.