HomeSeparatie en DoleantiePagina 24

JPEG (Deze pagina), 1.11 MB

TIFF (Deze pagina), 8.19 MB

PDF (Volledig document), 78.40 MB

22 nnroaivnvrin or no1v1E’s s'rANoruN'r.
l
kerkrecht zijn de membra completa of volgroeide leden, der
geïnstitueerde kerk niet de gedoopten, maar alleen de öelvjjders
of geloovigen, zoodat een ,,volkskerk// is afgesneden. 40. In het
Roomsche stelsel is een gedoopte reeds als zoodanig onder de
jl macát {Zee geävzs/imeewle kerk; terwijl in het Gereformeerde kerk-
recht geen macht over een mondig persoon kan uitgeoefend,
l dan op grond van met hem zelf aangegane stzjozzlaáiëm ten-
jl j gevolge waarvan Rome pretendeert over alle gedoopten chain- ‘
gende macát te bezitten, terwijl de Gereformeerde kerk de
3; ,,Christelijke vrijheid,// cl. i. de Libertas Christiane, harer leden
eert. En 50 oordeelt Rome, dat geen lid der geïnstitueerde kerk ij
ooit den band met haar los kam maken; terwijl omgekeerd de j
I Gereformeerde kerk {Ze onábimlbaar/Eeirl mm dezen band, zoodra
_ de consoiëntie in het spel komt, staande houdt. _
Q Deze principieele tegenstelling nu leidt noodzakelijk tot ge- 1
heel tegenovergestelde conclusiën, zoodra men toekomt aan l
de Reformaiie van de geïnstitueerde kerken. Want wel geeft l
_ men van Roomsche zijde, evengoed als onzerzijds, toe, dat
de kerk in een toestand kan geraken, en meermalen geraakt j
is, die reformatie noodzakelijk maakte, maar over het doel, de j
grenzen en de uitvoering van zulk een reformatie moest Rome j
wel geheel anders oordeelen dan Immers bij Rome kon nooit
sprake zijn van een reformatie der geïnstitueerde kerk als zoo- ‘
jij danig, omdat dit instituut naar haar overtuiging op onfeilbare
Q wijze geconstrueerd was. Er kon nooit sprake zgn van een
deformatie in de belijdenis, overmits deze belijdenis door een _
gf onfeilbaar orgaan des Heiligen Geestes was vastgesteld. Er kon
nooit sprake vallen van een optreden der geloovigen, naardien V·
de clerus en niet de leeken voor de kerk verantwoordelijk waren. .-4-.i.a
ij En zoo ook kon er nooit sprake komen van een breken met het i
I. instituut en het nieuw oprichten van een ander instituut, dewijl 1
{ -elk breken met het instituut een zichzelven afsnijden van het g
lichaam van Christus ware, en er naar Romes oordeel geen
j geïnstitueerde plaatselijke kerk in elke stad of dorp was, maar de f
D l ééne geïnstitueerde kerk van Rome haar afdeelingen bezat over
heel de wereld. Daarom is het dan ook natuurlijk, dat Rome van
j geene andere reformatie kon of wilde weten, dan wat men noemde : j
een reformatie aan hoofd en leden, d. w. z. een reformatie die
. l