HomeSeparatie en DoleantiePagina 15

JPEG (Deze pagina), 1.11 MB

TIFF (Deze pagina), 8.22 MB

PDF (Volledig document), 78.40 MB

la. A. _/>. .;­=v,.,A._ , .. , _ W
in V ‘
I . - _ ..._ · if
HET voowrnnsraan nm enïnsrrrunnann KERK. 13 ,
A kerkelijk instituut moest daarom zoo breedvoerig uiteen worden
j gezet, omdat de regel voor lle! ontstaan van een geïnstitueerde
kerk uiteraard geheel haar verder verloop, ook bij reformatie ,
I van het instituut, beheerscht. De wortel beslist voor den groei
l van den boom en voor de wijze, om, bij schade die aan den
, l stam wierd toegebracht, den gezonden groei te herstellen. Staat
dus eenmaal dit uitgangspunt vast, dan kost het niet de minste
j moeite, om hieruit logisch alle verdere conclusiën af te leiden. ·
jr, En dan is de eerste vraag, die bij het kerkelijk instituut ·
jj rijst, deze; Op welke wwze vernieuwt ollt tnstttnnt zien in leelen? ,
lg Ook op deze vraag is tweeërlei antwoord gegeven, het ééne door i
Rome, het andere door het Calvinisme. Rome zegt: Door elen
neiligen Doop als zoorlanig ,· het Calvinisme; Door lelvjjelenis en
j stqonlattën, hetzij explicite, hetzij implicite in den Doop.
j Wel zijn beiden het er over eens, dat in het bestaande insti­ i`
tuut nieuwe bekeerlingen uit de,Heidenen of Turken alleen ‘ D
door of na Doop op belijdenis kunnen worden aangenomen; maar
j zoodra er sprake is van het zich vernieuwen in het tweede ge- D
,· slacht of het opnemen van Christenen die van elders komen, ‘ ‘
gaan beider voorstellingen geheel uiteen. Rome leert, dat men
D niet gedoopt wordt op onderstelling van voorafgaande weder- i
D geboorte, maar dat men wedergeboren wordt cloor den Doop,
in en alzoo door den Doop lid der kerk van Christus en dus _ l
i ook van de uitwendige kerk wordt; op grond waarvan Rome
dan ook staande houdt, dat elk gedoopte als zoodanig ook
in vollen zin lid van de geïnstitueerde kerk is, en dat alzoo elk
g _ gedoopte die van elders komt, reeds als zoodanig lid uitmaakt van i
de kerk_ in de plaats of wijk zijner nieuwe woning. Het Calvinisme
i daarentegen ontkent dit beweren, en stelt er tegenover, wat de j
van elders komenden betreft, dat deze zich als candidaat­leden il!
der geformeerde kerk moeten aanmelden; dat de geformeerde i
kerk om over hun toetreding te oordeelen óf een eigen
onderzoek instelt óf op het getuigenis van andere kerken af-
gaat; dat zij dus rechtens bevoegd is de toetreding te weigeren;
en dat, zoo ze deze toestaat, de toetreding plaats heeft op
de belijdenis en stipulatiën, die hetzij bij getuigschrift of
l .
. i i 1