HomeBrieven over de burgerlijke regtsvorderingPagina 5

JPEG (Deze pagina), 650.24 KB

TIFF (Deze pagina), 6.21 MB

PDF (Volledig document), 37.26 MB

EERSTE BRIEF.
Jlltjnheerf
Ik lees in art. 11 van de ­VVet , houdende algemeene
bepalingen der Wetgeving , het voorschrift :
H « de Regter moet volgens de Wet regt spreken. »
_Korter en juister kan het doel der regtsbedeeling niet
worden uitgedrukt. Het algemeen verlangt en verwacht
niets anders dan regtspraak volgens de Wet, en naar .
deze heeft de Regter het regt van partijen te vinden en uit
te spreken. t
J Komen deze beslissingen overeen met de Wet, dan is
" het doel der regtsbedeeling bereikt. Geene aanmerking
zal alsdan in staat zijn het gezag dier gewijsden aan te
randen en te verminderen. j
` Het is de pligt des Regters dit doel na te streven; ­ i
maar daaruit volgt dan ook regtstreeks , dat deze regter-
lijke verpligting , zal geen ijdel woord zijn, door den i
Wetgever gegrond worden moet op de middelen , welke
noodig zgn tot hare vervulling. Dan eerst, wanneer de
bevoegdheid des Regters in behoorlijk verband is gebragt i
met de groote zedelijke verandwoordelijkheid dezer Magis··