HomeBrieven over de burgerlijke regtsvorderingPagina 44

JPEG (Deze pagina), 867.92 KB

TIFF (Deze pagina), 6.45 MB

PDF (Volledig document), 37.26 MB

ia
i * .
42
i convenientie is. Wie in het ongelijk gesteld wordt moet
daarin berusten, al heeft hü duchtige gronden voor züne
zaak , en is ten volle en ter goeder trouw van hare
regtmatigheid overtuigd. Maar de processen , hoe be-
i langrük en met hoe groote scherpzinnigheid gevoerd ,
moeten een einde hebben. Daarom buige men zich voor
Q i het Regterläk gewüsde. Heeft echter de in het ongelük
I i gestelde daarom altyd ongelük? Znn vonnissen dan niet
i ·beslissingen uit en over mensehelük regt door menschen
gegeven? Is dat regt zelf altüd even duidelük en zeker?
E Deze exceptie ex imbecillimte natume hummzae moge dus
V den in het ongelük gestelden pleiter te stade komen.
Het Romeinsche regt dacht daarover milder dan het
j I ! onze: « aut etiam , » zegt de L. 5. § 1. Cod, de fruct. en
. lit. expens. , «judex inveniat eum non calumniatorem, sed I
J » de re dubia litigantem , hie evitabit impensarum condem-
j »· nationem. » En de hoogst ervaren praktikus , Mr. J. VAN
, DER LINDEN , erkent in züne Jud. Pralctçïk , Dl. I, pag.
- 102: ·« Hoe vele zaken zün niet van wederzüde disputabel?
H » Hoe menigmalen worden niet de kosten door de Regters
·» gecompenseerd, ten blüke , dat de zaak twüfelachtig
F l » gevonden hebben? Hoe gebeurt het somwälen niet, dat ik
» eene en dezelfde quaestie, bä hetzelfde Hof dan zoo, dan
n » anders begrepen wordt? (BYNKERSHOEK , in Praqfat. ad ‘
l » Quczast. Jur. Publ.)» ·
Ik herhaal, dat het regtmatig is onbezonnen , gronde-
looze, te kwader trouw gevoerde of volgehouden regts­
gedingen met veroordeeling in de kosten te straffen. Maar
men beperke die verwüzing dan ook tot dat soort van
processen. De regel van art. 56 is absoluut, maar juist
daarom onbillük en schadelük. is evenmin regtvaardig,
als nationaal
*) In de oud-Hollandsche praktijk als regel onbekend.

2,
f
rt
i| __u_; _ ________ __,, _,_,,__. , ,,,-7,, r . D. .