HomeBrieven over de burgerlijke regtsvorderingPagina 37

JPEG (Deze pagina), 785.06 KB

TIFF (Deze pagina), 6.23 MB

PDF (Volledig document), 37.26 MB

A ‘ ss
. ’ Ten aanzien der vonnissen nog eene opmerking. Onze
j voorouders kenden , bij den aanvang der processen,
’ j verzoeken van provisie of namptissemmt , dat is , « dat
. de gedaagde zal worden gecondemneerd , om, hangende
het proces ten principale, de geëischte somme , bij pro-
, visie , aan den aanlegger te betalen, onder behoorlijke
borgtogt van dezelve , met interessen tegen vier per cent,
· terug te zullen geven, indien bn vonnis ten principale
verstaan werd alzoo te behooren»
Er is veel billüks in zoodanige provisie. Het he-
] dendaagsche regt kent die echter niet. De bepalingen
" aangaande het stellen van cautie werken alleen tegen
p vreemdelingen , en betreffen den eischer en niet den
’ gedaagde. Niemand zal echter kunnen beweren , dat het ,
vooral in handelszaken , niet even regtvaardig is den
j eischer, die Nederlander is, tegen uitvlugten enz. van
kwade betalers te beschermen, ook als deze zijne land-
r genoten zijn T). De conservatoire maatregelen, welke de
artt. 303-305 Burgerlijke Regtsvordering aan de hand
geven, zijn daartoe eensdeels niet geheel toereikende en
bovendien van zoo hatelijken en zwaarwegenden aard ,
` dat de koopman daartoe eerst in den uitersten nood zijne
toevlugt nemen zal. De provisie van namptissement uit
‘ het oude regt zoude, goed geregeld, in handelszaken
vooral, van zeer veel nut kunnen zijn, en ik beveel dit
punt daarom ten zeerste aan de overwegingen onzer
j Wetgevende Magt. .
Ziet men echter op tegen de moeijelijkheid om zoo-
*) Zie Mr. J. VAN van LINDEN, Regtsg. Pmkz. Handboek, pag. 305,
en Jud. Praktijk, I, pag. 206.
Tl Den regel: Nemo dubimt, solvendo videri mem qui dçfenditur, l. 94 D.
de reg. jur. zal men toch nu niet meer willen volhouden.