HomeBrieven over de burgerlijke regtsvorderingPagina 33

JPEG (Deze pagina), 713.20 KB

TIFF (Deze pagina), 6.30 MB

PDF (Volledig document), 37.26 MB

31
worden , inhoudende: « dat het Openbaar Ministerie
conclusie neemt op eene daartoe door hetzelve te bepalen
teregtzitting , uiterlük binnen veertien dagen na de mon-
delinge voordragt. »
_ Ten derde keur ik het wel goed, dat partijen het
woord 11iet bekomen na de conclusie van het Openbaar
Ministerie. Maar waarom moeten zü zich in hunne een-
_ voudige *‘) aanteekeningen tot wederlegging van het
Openbaar Ministerie bepalen tot de feiten, - waarin
dit, volgens hen , gedwaald heeft? Hebben partijen dan
bn dwalingen van regt, verkeerde regtsstelsels, geen
belang? Staat men het eene toe, het andere mag niet
geweigerd worden. Men leze derhalve in art. 328 , al. 2 :
«Part§en mogen korte, ter audientie geschreven ,
»aanteekeningen tot wederlegging van het Openbaar
» Ministerie, onmiddellijk na diens conclusiën, aan de I
» Regtbank overgeven. »
Ik geloof`, dat hiermede tevens genoegzaam tegen
misbruik zal gewaakt zijn.
Na de conclusiën van het Openbaar Ministerie volgen: J
O. De vmmisseu en hunne teu uitvoer legging.
I Ik heb, niet zoozeer ten aanzien der vonnissen zelf,
I als wel ten aanzien der ten uitvoer legging eene groote
g verandering voor te stellen , welke , zoo ik meen , tevens
eene groote vereenvoudiging en verbetering zal zün.
In het burgerlijk- en_ handels­regt geldt de regel: ·
jum vigiluutibus seripta sum. Men kan wel zeggen, dat,
met de erkenning der individuele vrijheid, deze regel
*) Een geliefkoosd, doch ongelukkig woord. Zoo leest men elders in
de wet van eene eenvoudige acte! Wat is dat?
·