HomeBrieven over de burgerlijke regtsvorderingPagina 30

JPEG (Deze pagina), 758.11 KB

TIFF (Deze pagina), 6.29 MB

PDF (Volledig document), 37.26 MB

1 1 i ‘ {
28 j
l Art. 19. De mondelinge voordragt der zaken heeft '
A plaats op de daartoe bestemde dagen, volgens orde van i
inschrijving, tenzü partnen regt op de stukken verzoeken-
of verzocht hebben. ‘
Summiere zaken en die op korten termijn aangebragt W
gaan voor die van gewone behandeling. ri
Art. 20. De mondelinge voordragt is bestemd tot .
breedere ontwikkeling der middelen en weren van partnen ,
l welke beknopt, doch duidelük , in de gewisselde schrif`-
j turen vervat zün.
l Het is den Regter geoorloofd, na het aanhooren der '
termijnen van eisch en andwoord , te verklaren, dat de
_ zaak hem genoegzaam toegelicht voorkomt, en de mon-
delinge voordragt te doen eindigen.
Art. 21. Indien de Regter bevindt, dat de toedragt
der zaak, voor zoover die van feitelüken aard is, niet ._
behoorlijk is bewezen , kan hij· ambtshalve de mondelinge W
· voordragt schorsen, en het ontbrekende bewijs op de wüze,
welke hem de geschiktste voorkomt en op eenen door
1 hem te bepalen tijd, aan de bewijsvoerende partü op-
leggen.
, De bepalingen aangaande het hooger beroep zün op
gzoodanig vonnis van toepassing. _
jp *····~‘**········
Indien ik niet vergis, biedt dit plan van regeling
der litiscontestatie deze voordeelen aan:
ël 1°. dat de Regter, dadelijk op den verschündag, züne
aandacht op de zaak en haren aard vestigen moet,
ten einde den dag der mondelinge voordragt te f
l ~ kunnen bepalen; _
. 1
2 é
l ë.
i l
j .
e