HomeBrieven over de burgerlijke regtsvorderingPagina 29

JPEG (Deze pagina), 744.22 KB

TIFF (Deze pagina), 6.32 MB

PDF (Volledig document), 37.26 MB

27
termijn, wordt door elke partij een staat der door haar
in het proces gebragte stukken opgemaakt, geteekend,
en aan de andere partü medegedeeld.
Na de mededeeling van dezen staat is geene verdere
overlegging van stukken geoorloofd.
Art. 15. Indien eene partü aantoont, dat tot hare
verdediging bewijsstukken behoeft , en die binnen de be-
paalde termnnen niet kan verkrügen en mededeclen , kan
de Regter, op haar verzoek, het geding gedurende eenen
door hem te bepalen tijd schorsen.
` i Deze beslissing is voor hooger beroep vatbaar.
Art. 16. Twee dagen voor den dag bestemd tot de
p mondelinge voordragt, worden de stukken van het ge-
ding rnet den inventaris aan den Voorzitter der Regt-
bank medegedeeld.
De partij, welke hieraan niet voldoet, wordt niet tot
V de mondelinge voordragt toegelaten. E
Art. 17. Alle termijnen , in de voorgaande artikelen
opgenoemd, kunnen door den Regter, op verzoek van
partijen, worden verkort of verlengd.
Het verzoek geschiedt ter rolle , na kennisgeving daar-
van aan en oproeping der wederpartij bij Deurwaarders­
exploit. -
E Indien het verzoek wordt tegengesproken, beslist de
Regtbank, na inzage der stukken te hebben genomen.
I W Art. 18. Incidentele vorderingen worden, na inciden-
· telen eisch en anclwoord, door de meest gereede partij, K
na oproeping der wederpartij, ter rolle gebragt en sum-
mierlijk afgedaan.
De Regtbank bepaalt alsdan, zoo noodig, eenen X
anderen dag voor de mondelinge voordragt ten prin-
A cipale. ~* _