HomeBrieven over de burgerlijke regtsvorderingPagina 27

JPEG (Deze pagina), 756.26 KB

TIFF (Deze pagina), 6.28 MB

PDF (Volledig document), 37.26 MB

_
l
I
I
25
I Art. 5. In zaken, waarin provisie wordt gevraagd ,
draagt de verweerder terstond en met overgeving van
V afschrift, zijne verwering voor bij gemotiveerde conclusie,
en partüen worden daarop dadelijk, zoo noodig, tot de
; mondelinge voordragt toegelaten.
Art. 6. In alle andere zaken wordt, na de voordragt
der conclusie van eisch, door de Regtbank een dag be-
paald, op welken de mondelinge voordragt der zaak zal
plaats hebben. _
In zaken, welke op korten termijn zün aangebragt,
zal die voordragt worden gesteld op eenen regtdag, in-
l . vallende op of binnen hveertien dagen na den verschijndag.
In summiere zaken op dien, invallende eene maand,
en in zaken van gewone behandeling op dien , invallende
_ twee maanden na den verschijndag.
‘ ` Art. 7. Gedurende dit tijdsverloop deelen partuen bij
j deurwaarders-exploit aan elkander hunne conclusiën van
andwoord, en, zoo noodig , van repliek en dupliek mede
4 binnen de navolgende termijnen:
. 1 in zaken op korten termijn van drie dagen,
in zaken van summiere behandeling van acht, en
in die van gewone behandeling van veertien dagen voor
v I _ elke conclusie. -
­ Art. 8. Deze termünen moeten stiptelijk door de par-
tijen worden in acht genomen, op verbeurte van het
regt van verdere conclusie , en , zoo het de conclusie van
A andwoord geldt, en de verweerder verzuimd heeft ver-
lenging van termnn te vragen, tevens van het regt op
de mondelinge voordragt.
In het laatste geval wordt de zaak door de weder-
‘ partij ter rolle gebragt, en, zoo noodig, na mondelinge
I voordragt door deze, door den Regter beslist.
N ·