HomeBrieven over de burgerlijke regtsvorderingPagina 26

JPEG (Deze pagina), 688.90 KB

TIFF (Deze pagina), 6.28 MB

PDF (Volledig document), 37.26 MB

4 { ll
· 1
jl I
' ` l
» I
; ‘
; · 24
2 j
2 ‘
L vusanis aninr.
l
§ -11 nu/zeer J g
je Ik neem de vrijheid, volgens belofte in xnnne vorige 5
l gedaan , een voorstel eener gewüzigde litiscontestatie
A mede te deelen.
i Vcm de vemuering en het oololiugm der zaak. '¥
i Art. 1. De verweerder is verpligt ten dage , op welken
hij verschijnen moet , zünen vertegenwoordiger ter au-
dientie te stellen. K
wordt geacht dezen woonplaats te hebben ‘
gekozen. y
Zoo dit verzuimt, wordt tegen hem verstek ver-
E leend en verder gehandeld, zoo als in de zesde afdeeling J
van den eersten titel is bepaald. _ j
Art. 2. De gestelde vertegenwoordiger kan niet wor-
den herroepen, zonder tevens eenen anderen te stellen; .
zoolang dit niet is geschied, blüft het geding voortgaan _ r _
op naam des eerstgestelden.
Art. 3. Ten verschijndage draagt de eischer zijnen
eisch voor volgens schriftuur, inhoudende de middelen
en het onderwerp van den eisch, benevens eene duidelüke `
l en bepaalde conclusie, waarvan afschrift aan den ge-
daagde wordt overgegeven. `
· Art. 4. Vorderingen van vrijwaring, van voeging en
tusschenkomst en in reconventie worde11 ten zelfden dage ‘
na de voordragt van den eisch ingesteld. `
1 .
l j ·
ll