HomeBrieven over de burgerlijke regtsvorderingPagina 16

JPEG (Deze pagina), 831.84 KB

TIFF (Deze pagina), 6.26 MB

PDF (Volledig document), 37.26 MB

14 i
Men vrage nu aan de Kantonregters: of de Regering
hierin profetischen blik hebbe aan den dag gelegd? Het
andwoord, n. f. , zal zijn, dat, van 1838 tot 1853, het
aantal der zaakwaarnemers tot een niet onbelangrijk legertje
is aangegroeid; dat dit geschied is niet tot voordeel der
kleine burgerü , en bovenal tot niet weinige onduidelijk-
heid , verwarring en vermenigvuldiging der gedingen. `
De heeren Kantonregters te Amsterdam ten minste klagen ·
in hunne aanmerkingen op art. 21 van het laatstelijk Y
ingediend « Ontwerp op de zamenstelling der Regterlijke l
j magt , enz. » over de « tegenwoordig dikwijls zoo erger- ‘
L lijke zaakwaarneming , » en spreken van «ergerlijke chica­«
j nes » , van « kwade trouw » enz. Ik geloof te mogen
E aannemen, dat de overige Heeren Kantonregters hierbij
j wel het een en ander zullen kunnen voegen. Het zijn
dezelfde klagten, welke in vroegere dagen de, toen nog
niet van aanstelling voorziene , noch onder toezigt staande
Procureurs te hooren kregen
i · Er heeft zich , onder het schild van art. 99 der Burger-
lijke Regtsvordering , eene schaar gevormd van dusgenoemde
«practizi_jns,» die, op enkele eervolle uitzonderingen na,
onbekend met de eerste beginselen des Regts , zeer dikwijls " ‘
j zonder eenige beschaving , en somtijds van nog erger allooi,
‘ doch onafhankelijk van eenig het minste toezigt of controle ,
· bij de Kantongeregten « voor Procureur spelen » , conclusiën
i nemen , pleiten: -- in 't kort , de parodie vertoonen van
l ’t geen bij de Regtbanken voorvalt , en den kleinen burger
P hunne ondernemingen op regterlijk gebied ruim doen be-
ji talen. Ik geloof dat dit kwaad geweerd moet worden.
*) Zie Traité de Za Réfornzation de Za Justice, door den Kanselier i
Dn L’1»1öP1TAï., t. I. pag. 255; en G. CRABB, History qfEn_qlzZv/1 Law,
jj pag. 253. _ ‘

`
l
l 4 A A