HomeWenken voor den veehouderPagina 12

JPEG (Deze pagina), 1.06 MB

TIFF (Deze pagina), 7.01 MB

PDF (Volledig document), 20.26 MB

" 10
3. Op het weiland. ­
‘ Bij het beweiden wordt jong gras meerdere malen afgegraasd, `
waarna de zode steeds weer nieuwe, jonge, eiwitrijke spruiten
vormt. Nu is jong gras rijk aan eiwit, terwijl eiwit weer niet
zonder stikstof gevormd kan worden. Voor een regelmatigen
grasgroei gedurende den geheelen weidetijd, moeten de benoo,­
digde hoeveelheden stikstof dus steeds opnieuw in den vorm
van een gemakkelijk oplosbare stikstofmest worden toegevoerd.
Men geeft de stikstofbemesting het best:
Eind Februari of Maart als:
200-250 K.G. Zwavelzuren Ammoniak of als .
150-200 K.G. Leunasalpeter BASF (= 40-50 K.G. stikstof).
per H.A.
ln den zomer, nog meerdere malen, steeds na het afweiden,
geeft men:
50-75 K.G. Ureum BASF of `
150-225 K G. Kalksalpeter (= 20-35 K.G. stikstof) per H.A.
Bij gebruik van stalmest en gier in het voorjaar, kan de
bemesting met kunstmest naar verhouding verminderd worden.
In het voorjaar geve men de Zwavelzuren Ammoniak of Leuna­
salpeter BASF dus vroeg, opdat het vee tijdig in de weide kan
worden gedreven; in den zomer de Ureum BASF of Kalksalpeter .
zoo spoedig mogelijk na het kaalweiden, nadat op het afge-
· graasde perceel eerst de oude bossen afgemaaid zijn en de
mesthoopen doorgeslagen. De stikstofgiften in den zomer kunnen
des te vaker gegeven worden, naarmate de beweiding op het
A bedrijf beter geregeld kan worden, zooals wij dit hieronder op
een eenvoudige wijze aangeven.
HOE DE BEWEIDING Blj DE VERZWAARDE BEMESTING
MOET WORDEN AANGEPAST.
Om van den versterkten grasgroei de volle profijten te
hebben, moet het grasland op de beste wijze beweid worden en
mag het gras op één of meer peroeelen niet te lang worden, zoodat
_ het vee het daardoor niet tijdig in een voedingsrijken toestand kan - ·
A afgrazen en dan gedeeltelijk vertrapt. Om vertrappen en te lang
, worden van het gras te voorkomen, verdeelt men dan ook het
l best groote peroeelen in kleinere, zoodat men meer peroeelen
krijgt, die betrekkelijk spoedig door het vee geheel zijn afgegraasd .
en men het vee steeds met korte perioden moet omscharen.
’ Wordt op een bepaald perceel het gras te lang, b.v. door een .
zeer snellen grasgroei, zoo mag dit niet beweid worden, doch ‘
moet men dat laten liggen, om daarop hooi of kuilvoeder te winnen. U
In Friesland is het in vele gevallen nog gewoonte al het "
melkvee in één kamp tot na den hooitijd te laten loopen, dus
niet te verweiden. Het loopt dan in de zoogenaamde ,,vinne" en `
wordt in de melkbocht bij de boerderij gemolken.
ij .