HomeDoor een rooden draad verbondenPagina 29

JPEG (Deze pagina), 0.99 MB

TIFF (Deze pagina), 7.22 MB

PDF (Volledig document), 51.52 MB

3
G
{ 27
1 A
West-Indië te koloniseeren door Europeanen, hebben tenge-
ivolge vtm het lelimctat geen gunstige resultaten opge1everd." *)
Tegenover dergelijke stellige .verklaring zou het gepast zijn
te zwijgen, indien niet de feiten haa1· volkomen logenstraften,
want in het Koloniaal Verslag van 189*1 over Suriname, leest {
o_ men op pag. 17: ,,I·let aantal kolonisten, afkomstig van de f
_ in 1854 opgeheven liuropeesche Kolonisatie te Groningen
· , " aan de Saramacca, bedroeg op *1 Januari 1890 139, te weten:
32 mannen, 34 vrouwen, 88 jongens en 35 meisjes. Dit aantal `T
vermeerderde door geboorte met 4 jongens en 2 meisjes en
i · verminderde door overlijden met *1 man en *1 jongen, zoodat
op het einde van *1890 aanwezig waren 143. Hun veestapel j
bestond op laatstgemeld tijdstip uit 646 runderen, 19 paarden, 4
11 muilezels, 59 steenezels, 20 varkens en eenig pluimvee?
Nu is het weliswaar onverantwoordelijk van deze kolonisten
om, door te blijven leven en tot zekeren welstand te ge-
raken, ­- hieruit blijkend dat ieder der gezinshoofden ge-
Y middeld in het bezit is van 20 runderen, ­-_ de oflicieele j
` · wetenschap in het aangezicht te slaan, maar het feit bestaat; ‘
het kan niet geloochend worden, dat Hollandsche kolonisten l
gedurende ruim 45 jaren en dat wel bh zeer ongunstige omstan­
digheden, niet alleen in Suriname hebben geleefd, maar ·
I e_ tevens door handenarbeid tot eene zekere mate van welstand l
zijn gekomen, en men mag zich eenigszins verwonderen, dat
_ de Regeering, alvorens bs. woorden neer te schrijven, dit
, geheel over het hoofd heeft gezien.
Het Adres, onder dagteekening van 31 Maart *1855, door
vier der kolonisten aan de Tweede Kamer gericht, bevat
trouwens reeds de voorspelling van toekomstige welvaart.
,,VVij zeggen," zoo leest men daarin, ,,dat de Nederlander in .
· Suriname wel werken kan en zijn brood vinden, want den <
bovenstaanden staat waarin wij verkeeren, ­ zij bezaten
toen 192 stuks rundvee en overvloed van ander klein vee,­
l *) Mem. v. Beantw. Hoofdst. Ill. *13 Nm; 1891, V