HomeDoor een rooden draad verbondenPagina 16

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 7.35 MB

PDF (Volledig document), 51.52 MB

14
Over de uitkomsten dezer onderneming zullen wij later j
1 met een enkel vvoord spreken, na vooraf een kort overzicht 1
te hebben gegeven van den toestand waarin de bevolking
verkeerde, blijkende uit een bezwaarschrift door de omlig-
gende gemeenten bij de Regeering ingediend: ,,D'e bedelarij ;
langs onze deuren en de onafgebroken houtdiefstal in onze je
t bosschen, zoo verklaren zij,is het eenige bestaansmiddel dezer
lieden," iets wat door de Rieneckers volstrekt niet geloochend
word, daar zij in eene petitie bij den Landdag ingediend,
verklaren, dat zij allen houtdieven zijn, maar ·dat zij toch
de aardappelen, waaruit hun eenig voedsel bestaat, niet rauw
kunnen nuttigen en hunne kinderen niet kunnen laten be-
vriezen. ,`,Hout moeten wij hebben, al zaten ook de boeren
en houtvesters er bovenopl" Het was dan ook een onafge-
broken strijd tusschen de bedreigde eigenaren, houtvesters ·
· en gendarmen eenerzijds, en de Rieneckers aan de andere
zijde; geen wonder dan ook, dat een groot deel der bevol- L
l U king voortdurend in hechtenis was, en men gedwongen werd X
X vele vergrijpen ongestraft te laten, daar er geen ruimte in l
de gevangenissen en geen ,,schansxverk" genoeg was. Meer
dan 200 der ingezetenen leefden van niets dan bedelarij;de
_ rest bestond uit daglooners, handwerkslieden, muzikanten,
i korfmakers, venters van muizenvallen, ketellappers en der-
gelijken. ,,De daglooners en handwerkslieden, - zoo luidt
het in het genoemde bezvvaarsclirift, -4 verdienen nagenoeg
geen loon, en de laatstgenoemden in den zomer iets, doch in den
winter niets, zoodat allen aan het grootste gebrek ten prooi
zijn en niet hunne talrijke gezinnen nagenoeg vertvvijfelen.
VVant geen brood, geen geld, geen bed, geen hout en geen g
middel van bestaan, en dat in den winter, is een hard gelag."
Nadat in 1848 de Q8 Kamer de benoodigde gelden had
toegestaan, werd eene overeenkomst getroffen met het cen- io«
traalbureau der Badensche emigratie-vereeniging en nog in '
den herfst van dat jaar ging de eerste afdeeling van. 168 g
personen op weg. Het waren lieden zonder eenige have of
l H. , _ .. >,£~.,, L Y, °¥ " »`~- 4 .