HomeKolonisatie in onze OostPagina 7

JPEG (Deze pagina), 838.33 KB

TIFF (Deze pagina), 7.19 MB

PDF (Volledig document), 45.05 MB

l l
‘ l
Z
l
le
INLEIDING.
,l ___,___
l
l
Geen dag gaat er voorbij, waarop wij niet op de eene of andere
l wijze worden herinnerd aan de meer en meer op den voorgrond
komende sociale quaestie.
De sociale quaestie bestond echter van den aanvang der wereld
rl als het ware, in zooverre als wij zeggen kunnen dat de menxek is
á een soezkml wezen, en dan bedoeld in den zin dat hij is een zedeläk
orgeenzlvme, ziek in en door bei fezmilleleven ontwikkelende lot oorl-
j bemrkeid voor een algemeen soelzzoxl leven in nzemlsekezpbä en slaaf.
,,Hel is niet goed dal de mense/z alleen zy", heeft dan ook, zou-
j den wij meenen, niet alleen de bedoeling, dat de mensch huwen zal, l
_ maar dat hij een sociaal, een familie­leven ontwikkelen zal, dat in
grooter omvang in allerlei schakeeringen en vormen verloopende,
l toch de familie tot grondslag heeft en niet de enkele persoon. V
j Als wij dan bijv. een Kain op de vraag: ,,woar is nw broeder
L Abel?" hooren antwoorden: ,,ben ik myn.: broeders koeder ?" dan
Jv bemerken wij dat reeds hier een voorbeeld wordt aangetoond uit
de eerste menschheid, waar die wet niet wordt opgevolgd, maar
zondig verbroken. Het begin der werkingen van de Revolutie, die _
zich op velerlei wijze ook later steeds openbaarde.
De broederbancl die de familieleden, in welke omstandigheden · ‘
ook geplaatst en hoe verschillend van karakter en aanleg, toch nog
tot zekere hoogte blijft verbinden, en die in de grootere maatschappij l
, ' doorwerken moest, zoodat rijk en arm, hoewel in stand verschillende, <
zich toch de hand reiken bleef, van den eenen kant in den vorm u
van waardeerende liefdevolle barmhartigheid en van den anderen l
`
l l
I J