HomeKolonisatie in onze OostPagina 34

JPEG (Deze pagina), 952.17 KB

TIFF (Deze pagina), 7.37 MB

PDF (Volledig document), 45.05 MB

f
pi.
iii
lf 32
aangeraden wordt dat de Europeesche Staten hun onderdanen, die
i buiten hun schuld in nood verkeeren, in staat zullen stellen terug U
te keeren.
Wanneer echter kolonisatie in den O. I. Archipel ter sprake
komt, ontstaan voor de Regeering nog speciale verhoudingen, voort-
vloeiende uit het reeds bestaan van een daar imheemsche Islamsche 4
{jj of Heidensche of gechristianiseerde bevolking.
En nu lijdt het geen t_wijfel of Nederland, dat in de overzeesche
bezittingen over een bevolking heerscht, die voor een groot deel
` den Islam belijdt; - of Nederland ziet zich daar steeds blootgesteld
aan tegenstand. De Islamsche politiek, onafscheidelijk van den Is-
Qlïiê lamschen godsdienst, kan niet nalaten zich steeds te openbaren
tegen eene regeering die niet Islamsch is, al moge die regeering .
, nog zoo sterke neiging gevoelen om hare Islamsche onderdanen in
jl veel, in alles ter wille te zijn. Alles wat het bestuur sterker kan
jl doen worden, dient dus zeer te worden gewaardeerd, -bevorderd.
I En nu zal men duidelijk kunnen inzien, welk eene kracht kolonisatie
lj in onze Oost, met het doel aldaar een Christelijk nationaal geordend
p maatschappelijk bedrijfsleven te scheppen, aan het Nederlandsch
i * ` bestuur zou kunnen bijzetten in Ned.­Indië. Botsing tusschen kolo-
ij nisten en de Inlandsche bevolking, behoeft niet te worden geducht.
'V_ Tenminste niet meer dan thans, nu er geen eigenlijke kolonisatie,
in den volsten zin van volksverplanting, plaats heeft.
E Het bestuur zal dienen te zorgen voor behoorlijke afpaling van
pi ieders terrein, en zelfs nu reeds geschiedt zulks immers in meerdere .
of mindere mate.
T3, Kolonisatie zal niet meer inbreuk maken op de rechten en rech-
. · matige zelfstandigheid der bevolking, dan t.hans het uitgeven van
y woeste gronden aan Europeanen, indien men in zoodanige uitgifte
A ` soms zou willen zien een inbreuk op die rechten en op die bijzon-
dere zelfstandigheid.
‘ Wij mogen dus vooronderstellen dat het bestuur der kolonisatie
in onze Oost met Nederlandsche emigranten, in geenen deele vij-
ll andig zijn zal, - zelfs niet door de vrees dat een grooter wordend
Q . Europeesch element steeds meer en meer in de termen zal vallen,
if van recht te verkrijgen op zekere mate van zelfbestuur. Thans .
lj reeds is men aan deze zaak de aandacht gaan schenken, en volgens
V